Mening
Blog: Nooit

‘Zeg nooit nooit’ is een bekend gezegde. Een logisch gezegde ook wat niemand weet wat de toekomst ooit zal brengen en welke reacties dan (moeten) volgen.

Bij GBLV, VVD en CDA is dat besef kennelijk verloren gegaan. Bij een bespreking van de Nota Parkeerbeleid 2021 bepaalden die drie fracties dat er ‘nooit’ betaald parkeren in de gemeente komt en dat er ook geen onderzoek gedaan mag worden naar de invoering van dat middel om de parkeeroverlast aan te pakken.

Het oogt heel stoer. Zeker met het gebruik van het woord ‘nooit’ er bij. Alleen is het helemaal niet stoer. De gemeente kent immers al betaald parkeren. Alleen heet dat niet zo. De benaming luidt ‘blauwe zone’. Als u in zo’n gebied wilt parkeren moet u de gemeente 53,90 euro betalen.

De drie partijen willen om de parkeeroverlast te lijf te gaan blauwe zone’s gaan invoeren. Met andere woorden: het deel van de gemeente waar ze bestaan wordt steeds groter. Nu al beslaan blauwe zone’s grote delen van Voorburg-West, Oud-Voorburg, Voorburg-Midden, Voorburg-Noord, Bovenveen, het gebied rond station ‘t Loo (Voorburg-Midden en Essesteijn) en het Damcentrum Leidschendam.

Het handhaven van blauwe zone’s kost geld. Handhavers moeten er periodiek gaan controleren. En die handhavers betaalt de gemeente mede uit de belastinggelden die de inwoners zelf opbrengen. Kortom: de parkeerders in blauwe zone’s betalen twee keer. Dus, hoezo gratis parkeren?

Het feit dat Rijswijk en Den Haag wel betaald parkeren kennen, betekent alleen maar meer parkeeroverlast. Autobezitters die de wagen daar niet willen neerzetten, doen dat in Leidschendam-Voorburg. Om vervolgens het openbaar vervoer te pakken of de opvouwfiets uit de kofferbak.

De Nota Parkeerbeleid werd geschreven door VVD-wethouder Astrid van Eekelen. Die noemde daarin de optie betaald parkeren ook. Al gaf ze meteen aan dat niet te zien zitten in de lokale winkelcentra (concurrentienadeel) of woonwijken (te hoge investeringen in betaalzuilen).

Bij de bespreking van die nota door een commissie van de gemeenteraad, een paar weken geleden, keerde de VVD zich tegen betaald parkeren, het CDA riep ‘nu niet’ en GBLV zweeg. Toen GroenLinks-gemeenteraadslid Marie-Christine van der Gronde vervolgens trachtte de optie betaald parkeren in elk geval overeind te houden, stuitte ze bij de drie partijen op een muur.

Dat terwijl GroenLinks, eigenlijk voor betaald parkeren maar sinds september 2020 coalitiepartner van onder andere VVD en CDA, alleen trachtte een brug te bouwen tussen voor- en tegenstanders, waarbij men de eigen principes zelfs opzij zette.

Die brug kwam er dus niet. In plaats daarvan gooien GBLV, VVD en CDA de deur dicht. Maar voor hoe lang? De wethouder heeft een Plan van aanpak aangekondigd waarin zij haar nota wil uitwerken. Dat stuk zou indien mogelijk nog dit jaar afkomen.

De gemeenteraad zal het echter niet meer behandelen voor de gemeenteraadsverkiezing van maart 2022. En daarna start een coalitievorming met een nieuw coalitieakkoord. Daarbij zal al dan niet betaald parkeren zeker weer een punt van discussie en besluitvorming zijn.

Het was PvdA-gemeenteraadslid Delroy Blokland die erop wees dat het ‘nooit’ juridisch helemaal niet overeind te houden valt. B&W en/of gemeenteraad kunnen immers op elk gewenst moment tot iets anders besluiten.

En zo is het ook. Astrid van Eekelen heeft als VVD-leidster zelf al eens gezegd dat een discussie over de invoering van betaald parkeren nodig was. Dit tot grote woede van haar eigen achterban overigens.

Het nu uitgesproken ‘nooit’ zou dan ook wel eens van korte duur kunnen zijn. Tenzij GBLV, VVD en CDA van zins zijn na de gemeenteraadsverkiezing samen een coalitie te vormen. Maar zo ver is het nog niet. Daar moet de kiezer eerst nog aan meewerken.

Het ‘nooit’ kan in dat verband wel als stemmentrekker fungeren. Met het verbod op onderzoek naar betaald parkeren als ‘garantie’ voor twijfelaars aan de bedoelingen van de drie partijen.

Leuk opzetje, maar het ‘nooit’ zal het niet overleven. Politici die zich aan hun woord houden moeten nog geboren worden. En dat geldt in het kwadraat bij het gebruik van de term ‘nooit’.