Mening
Blog: De opgave van het sociaal domein

(In de serie maandelijkse columns van fractieleiders in de gemeenteraad dit maal een bijdrage van Ron van Duffelen, fractieleider CDA)

Afgelopen week las ik een artikel waarin stond dat gemeenten die de afgelopen jaren inkomsten hebben ontvangen uit de verkoop van aandelen in energiebedrijven meer uit zijn gaan geven aan het sociaal domein. Onze gemeente verkocht het afgelopen jaar de aandelen in Eneco en ontving daar een groot, eenmalig bedrag voor terug. De vraag is nu of wij de komende jaren ook meer uit gaan geven aan het sociaal domein.

Het sociaal domein beslaat een groot deel van de gemeentelijke begroting en bevat onder andere beleid en uitgaven voor jeugdzorg, zorg (wmo) en werk en inkomen. Onderwerpen die direct de menselijke maat raken en die mensen, die (tijdelijk) niet in staat zijn om mee te doen, ondersteuning bieden. Niemand zal de taak van de overheid als schild voor de zwakkeren ter discussie stellen. Iedereen mag meedoen en onderdeel zijn van de maatschappij door een baan te hebben, onderwijs te volgen of vrijwilligerswerk te doen. Wie even door omstandigheden minder zelfredzaam is, mag terugvallen op het vangnet dat de overheid biedt. Het is de kern van onze sociale zekerheid.

Zo’n vijf jaar geleden droeg het Rijk de taken voor jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en arbeidsparticipatie over aan gemeenten. De gedachte hierachter was dat gemeenten dichter tot de burger staan en daarmee beter in staat zijn om maatwerk te leveren. Voor het Rijk was het evenwel ook een bezuinigingsoperatie. Het gevolg voor onze gemeente is dat we jaarlijks een tekort zien ontstaan op de uitgaven in het sociaal domein. Daarbij komt dat het sociaal domein niet alleen (jeugd)zorg en arbeidsparticipatie omvat, maar ook cultuur, media, sport en onderwijs. Terreinen die eveneens van belang zijn voor individuele en maatschappelijke ontplooiing. Vorige week nog besloot de raad unaniem de uitgaven aan de theaters te verhogen. Al eerder besloot de raad een taakstelling op de bibliotheken terug te draaien. Het CDA ziet het belang van verrijking door cultuur en boeken.

Tegelijkertijd werkt de gemeentelijke begroting net als uw portemonnee: iedere euro kan maar één keer uitgegeven worden. En daar waar de uitgaven boven de inkomsten gaan, moeten keuzes gemaakt worden, of uitgaven worden uitgesteld. Een andere mogelijkheid is het verhogen van de inkomsten. Voor de gemeentelijke uitgaven in het sociaal domein is het daarbij welhaast de morele plicht van het Rijk om gemeenten financieel te compenseren voor (jeugd)zorg en arbeidsparticipatie. Het voordeel van een landelijk georganiseerde partij als het CDA is dat wij hierover direct Kamerleden of bewindspersonen kunnen benaderen. Een mogelijkheid die een alleen lokaal opererende partij niet heeft. Zolang die compensatie er evenwel niet is, zal de gemeente tekorten zelf moeten opvangen, of voorgenomen uitgaven moeten uitstellen. Het aanbreken van de spaarpot is daarbij voor het CDA niet direct de eerste optie.

Het CDA zal, als schild voor de zwakkeren, ondersteuning willen blijven bieden aan iedere inwoner die door omstandigheden (tijdelijk) minder zelfredzaam is. Naar onze visie heeft de gemeente de taak om inwoners te ondersteunen die (tijdelijk) niet in staat zijn op eigen kracht mee te doen, of los zijn geraakt van de samenleving. Wel willen we deze ondersteuning bieden vanuit de mogelijkheden van de inwoner zelf. Het is aan te bevelen dat de gemeente zich daarbij een visie vormt, ook omdat we nu nog niet weten welke sociale vraagstukken achter de covid-19-pandemie vandaan gaan komen. Of wij de komende jaren meer uit gaan gaven aan het sociaal domein door de Eneco-spaarpot aan te spreken, is voor mij geen uitgemaakte zaak.

(Ron van Duffelen, fractievoorzitter CDA)