Oppositiepartij GBLV wil dat de gemeente zichzelf ‘windturbinevrij’ verklaart. Daartoe heeft gemeenteraadslid Monica Velú een motie opgesteld. Die zou vanavond door de gemeenteraad aangenomen moeten worden.
Op 10 juni 2020 sprak de gemeenteraad al uit dat de plaatsing van windturbines binnen de gemeentegrenzen niet wenselijk noch mogelijk was. In de Regionale Energiestrategie (RES) wordt het plaatsen van windturbines in de gemeente echter niet uitgesloten.
Velú verwijst naar de ervaringen met de Haagse windturbine langs de Westvlietweg, vlak bij de Zeeheldenwijk, en de invloed die die heeft op de leefbaarheid aldaar. ‘Het afgeven van een een krachtiger signaal met betrekking tot horizonvervuilende en overlast gevende windturbines klaarblijkelijk nodig is’, stelt het gemeenteraadslid.
Dat kan als de gemeente zich Windturbine Vrije Gemeente verklaart. B&W zouden dat ook uit moeten dragen op regionaal, provinciaal en/of landelijk niveau om te voorkomen dat daar overwogen wordt om in Leidschendam-Voorburg horizonvervuilende en/of overlast gevende windturbines te plaatsen.
B&W sloten zich vorig jaar aan bij de wens van de gemeenteraad. Er was in de gemeente geen plek voor windturbines. In het beraad over de RES kon men dat standpunt echter niet doorzetten. In de RES kwam te staan dat er draagvlak gezocht moest worden voor de plaatsing van windturbines. Als zoekgebieden werden de stroken langs de A4 en A12 genoemd.
Recent gaf wethouder Jan Willem Rouwendal in een beraad met de gemeenteraad aan zich de bouw van windturbines binnen de gemeentegrenzen in de toekomst best te kunnen voorstellen. Door het gebruik van andere materialen, technieken en kleurstelling zouden de turbines mogelijk minder overlast veroorzaken en ook beter inpasbaar zijn. Over de passage in de RES stelde hij dat het de gemeente zelf is die uiteindelijk uitmaakt of er een windturbine wordt gebouwd. Een alleen een aanwijzing van de rijksoverheid zou dat kunnen overrulen.





