Nieuws
Nieuwe afweging tracé tram/lightrail Binckhorst

Er start een nieuwe afweging voor het tracé van een tram- of lightrailverbinding tussen Den Haag CS, Binckhorst, Station Voorburg dan wel Rijswijk/Delft. Daartoe hebben de rijksoverheid, provincie, metropoolregio, B&W Den Haag en B&W Leidschendam-Voorburg besloten.

Aanleiding voor het besluit is de constatering dat niet meer is na te gaan hoe in het verleden keuzes voor bepaalde tracés zijn gemaakt, en waarom andere zijn afgevallen. Sinds 2018 werd gewerkt met een voorkeurstracé Binckhorstlaan, Maanweg, Station Voorburg waarbij de verbinding naar Rijswijk en Delft via de Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg liep.

Eerder dit jaar werden daar twee varianten aan toegevoegd: Binckhorstlaan, Prinses Mariannelaan, Station Voorburg alsmede Binckhorstlaan, Zonweg, Station Voorburg. De eerst genoemde variant zou een tijdelijke zijn (10 tot 15 jaar), de tweede zou via een zogenoemde quick scan op haalbaarheid bekeken worden. Vanaf de Zonweg zouden de sporen van de NS gebruikt worden.

Op verzoek van de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg bracht wethouder Astrid van Eekelen voor de verbinding naar Rijswijk/Delft ook een variant in: Binckhorstlaan, Jupiterkade, Broekslootkade (Den Haag/Rijswijk), Haagweg. Dat tracé is in het verleden door de Haagse gemeenteraad getorpedeerd. Ook dat tracé wordt nu opnieuw bekeken.

Rijksoverheid, provincie, metropoolregio en beide gemeentebesturen hebben geconcludeerd dat de afweging van verschillende tracés onvoldoende is vastgelegd is en dat inwoners van Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk onvoldoende zijn gehoord.

‘Omdat de bestuurders uiterst zorgvuldig om willen gaan met de belangen van alle betrokkenen in het gebied, hebben ze besloten dat de afweging van de verschillende mogelijke tracés alsnog moet plaatsvinden. Dit moet er voor zorgen dat voor elk mogelijk tracé helder wordt vastgelegd waarom deze wel of niet verder wordt onderzocht’, zo is nu meegedeeld.

Er wordt nu onderzoek gedaan naar ‘alle mogelijke tracés. Aan de hand van de vastgestelde objectieve criteria, waaronder haalbaarheid, maakbaarheid en betaalbaarheid, wordt bepaald welke tracés redelijkerwijs in aanmerking komen voor nader onderzoek. Daarbij komen niet alleen de verschillende tracés, maar ook de verschillende inpassingsvarianten (ondergronds, bovengronds of op maaiveld) aan de orde’.

Het streven is erop gericht om nog voor de zomer te bepalen welke tracés alsnog verder onderzocht gaan worden en welke afvallen. In het najaar zou daar dan een besluit over moeten vallen. Rijksoverheid, provincie, metropoolregio en beide gemeentebesturen nemen hierbij vertraging in het hele project voor lief. Zorgvuldigheid staat bovenaan, zo hebben wij laten weten, ‘zodat de belangen van omwonenden, bedrijven en andere belanghebbenden uit de omgeving zo goed mogelijk worden behartigd’. Een besluit over een voorkeursvariant wordt nu pas in het najaar van 2022 voorzien; een jaar later dan gepland.