Nieuws
U zegt het maar: participeren wordt leren

‘Er wordt niet geluisterd naar de mensen’. ‘Als dit bouwproject doorgaat tegen de wil van de omwonenden, is dat het einde van de democratie’. ‘Inwoners wordt een rad voor ogen gedraaid’. Zomaar wat uitspraken over de relatie tussen de gemeente en haar burgers. Ik zeg bewust ‘burgers’ en niet inwoners, omdat ik vind dat een burger veel meer is dan zomaar iemand die ergens woont en gebruik maakt van de diensten van de overheid. Een burger was in de middeleeuwen een stedeling (in een burcht) die rechten en plichten had als lid van de stad en haar gemeenschap. En zo is het nog steeds: een burger is geen buitenstaander maar iemand die deel uitmaakt van de gemeente. Burger is een ambt, zei Herman Tjeenk Willink ooit.

In de afgelopen jaren zijn die burgers steeds méér van de gemeente gaan verwachten: niet alleen goed geïnformeerd worden, maar ook meedenken, meebeslissen en meedoen. ‘Participatie’ zoals dat heet. Eigenlijk zoals vroeger dus, toen de overheid nog niet zoveel van de mensen zelf overnam.

Onze gemeente Leidschendam-Voorburg stond daarom voor de opgave om nog eens goed te kijken naar hoe zij in de toekomst wil omgaan met ‘haar’ burgers. En tegelijkertijd waren er gelukkig ook veel burgers die hierover wilden meedenken. Zo startte een traject dat broodnodig was, want de gemeente had in communicatie en met participatie zo langzamerhand zoveel planken mis geslagen dat een nieuwe hamer op zijn plaats was.

Nu is dit een dankbaar onderwerp om in standaard beelden te denken en te praten. Het verhaal gaat dan in grote lijnen als volgt: ‘de macht’ is erop uit om de eigen wil door te drijven die lijnrecht ingaat tegen hetzij het gezonde verstand, hetzij de wil van de mensen waar het om gaat, en vaak beide. ‘De macht’ wil daarbij niet luisteren naar de betrokken mensen die eerst welwillende adviezen geven, daarna smeekbedes uitspreken en uiteindelijk boos worden. Terwijl de voorstellen van de mensen toch zo makkelijk/rechtvaardig/goedkoop zijn. Desondanks vindt de macht de eigen (dik betaalde!) positie belangrijker dan de mensen zelf. Zo wordt mensen bewust een rad voor ogen gedraaid. Einde verhaal.

Het is een overzichtelijke werkelijkheid maar ik twijfel eraan. Ten eerste omdat het verhaal te simpel is terwijl plannen van de gemeente vaak rekening moeten houden met heel véél mensen en belangen. Daar kom ik straks op terug. En ten tweede omdat ik niet zo geloof in het wij-zij denken over politiek, bestuur en ambtenaren. Denken in goed en kwaad geeft misschien een fijn gevoel als je meent aan de ‘juiste kant te staan, maar het staat wederzijds begrip en een goed gesprek in de weg. En juist die zijn belangrijk als je ergens samen uit moet komen.

Er is in het afgelopen jaar heel veel gesproken binnen onze gemeente en nu ligt bij de gemeenteraad een set afspraken voor burgerparticipatie. Geen dichtgeregeld pakket papier, maar een basis voor een betere samenwerking. Na de vaststelling worden de afspraken uitgewerkt in een vorm waarmee iedereen uit de voeten kan: burgers, de raad, het college en de gemeentelijke organisatie.

Eind goed al goed? Het begin van een nieuw tijdperk? Niet zonder meer. Ik zie het eerder als een nieuwe stap om samen, als gemeente én burgers, te gaan leren hoe het beter kan zonder in de bovenstaande val te trappen van ‘zij’ en ‘wij’. De afspraken helpen daarbij wel, maar moeten nog verder handen en voeten krijgen. Makkelijk wordt dat niet. Ik noem twee grote vragen waarop het antwoord nog moet worden gevonden.

In de eerste plaats: wie betrek je allemaal bij een beslissing, en hoe? Wie zijn ‘de burgers’, bijvoorbeeld als het gaat om de bouw van nieuwe woningen? Doorgaans worden de mensen die ergens letterlijk en figuurlijk bovenop zitten, zoals omwonenden, makkelijker gevonden en gehoord dan bijvoorbeeld de mensen die straks (willen) gaan wonen in hun nieuwe huis. Uitzicht op een grasveld is mooier dan op een nieuw huizenblok.

Toch hebben we een grote behoefte aan woonruimte; door schaarste rijzen de prijzen de pan uit waardoor starters niet meer aan bod komen. Wie laten we meepraten, en hoe betrekken we iedereen en niet alleen hoogopgeleide mannen van middelbare leeftijd die goed in discussies meekomen? (ik mag dit zeggen; ben er zelf ook een). Kijk dus naar mogelijkheden om zoveel mogelijk mensen te betrekken, of geef aan de beperktere groep betrokkenen aan dat ook andere belangen (moeten) worden meegewogen.

En dan een tweede vraag: wat is de rol van de gemeenteraad bij dit alles? De tijd is voorbij dat mensen eens in de vier jaar gemeenteraadsleden kozen die vervolgens alles beslisten zonder ruggenspraak. Maar nog altijd is de raad het hoogste beslisorgaan van de gemeente waar het algemeen belang wordt afgewogen. Dat is dus iets anders dan kiezen tussen deelbelangen. Mensen kiezen de gemeenteraadseden op basis van een verkiezingsprogramma waarin de partijen aangeven hoe zij tegen dat algemeen belang aankijken. Bijvoorbeeld: we vinden het voor de leefbaarheid van onze gemeente onverstandig dat er grote windmolens komen. Wanneer mensen stemmen op een partij, en dat doen ze niet voor niets, willen ze dat het programma in de regel ook wordt gevolgd. Dus in dit voorbeeld: dat de partij niet meegaat in een voorstel om tóch windmolens te bouwen. Ook als er groepen zijn die dat wel willen.

Een ander voorbeeld: er zijn partijen, zoals mijn eigen VVD, die financiële degelijkheid belangrijk vinden. Ik vind dat de raad ervoor moet waken dat mooie maar dure plannen weliswaar steun krijgen van een groep betrokkenen, maar dat de rekening zonder meer richting de belastingbetaler gaat die niet meepraatte.

Er moet dus nog steeds een eigen positie van de raad zijn. Wat mij betreft ligt die in het vaststellen van inhoudelijke voorwaarden (bijvoorbeeld: hoe dan ook hebben we wel woningen nodig; of het mag uiterlijk zoveel kosten) en regels over het proces (bijvoorbeeld: als die-en-die groepen betrokken zijn en iedereen het eens is binnen de voorwaarden, gaan we sowieso akkoord). Dat moet goed worden vastgelegd, zodat iedereen weet waar zij of hij aan toe is. En dan moeten raadsleden daarna even terughoudend zijn en zich niet bemoeien met de participatie, om te voorkomen dat het politiek wordt en mensen niet meer de ruimte krijgen.

We zullen dus als raad zelf ook aan de slag moeten om de afspraken verder te brengen. We gaan met z’n allen leren om het beter te doen. Dat zal best even zoeken worden. In de raad is het makkelijker om te roepen ‘wethouders luisteren niet naar de mensen’ of ‘omwonenden zijn tegen dus het gaat niet door’ (ofschoon dat ook best wel eens de uitkomst kan zijn), dan om een goed proces te ontwerpen en te volgen om uit een ingewikkelde puzzel te komen. Toch zal dat moeten als we participatie écht serieus nemen. Kortom: het worden boeiende en vooral leerzame tijden’.

(Philip van Veller, gemeenteraadslid VVD)