Mening
Blog: Watersnood

(In de serie maandelijkse columns van fractieleiders in de gemeenteraad dit maal een bijdrage van Marie-Christine van der Gronde, fractieleider GroenLinks)

Vorige week besprak ik, kersverse fractievoorzitter van GroenLinks, mijn eerste Kadernota (stuk over de gemeentelijke begroting 2022-2025, red.). Ik sprak daar over bestaanszekerheid. Bestaanszekerheid komt voor mij in drieën. Ten eerste, bestaanszekerheid in je dagelijks leven. Dat je een veilig huis hebt om in te wonen, dat je geld hebt om boodschappen te doen, en dat je je gas, water en licht kunt betalen. Ten tweede, bestaanszekerheid als mens onder mensen. Dat we gewaardeerd worden als onderdeel van de samenleving. Niet ongeacht wie we zijn, maar juist, geácht wie we zijn. Dat we veilig zijn terwijl we gezien worden met al onze complexe identiteiten.  Ten derde, bestaanszekerheid op deze aarde. We willen onze kinderen, kleinkinderen, onze neefjes en achternichtjes zo graag een aarde nalaten waarop ze nog altijd redelijk veilig kunnen leven.

Die laatste, die werd vorige week ineens heel actueel. Want terwijl wij op woensdag met elkaar zaten te vergaderen, werden in Limburg, in Duitsland en in België de eerste woningen geëvacueerd. Het bleef maar regenen, het water bleef stijgen, de Maas is in honderd jaar niet zo ernstig overstroomd. We zagen apocalyptische beelden van straten die veranderden in rivieren, vreselijke schade aan huizen en infrastructuur.  Er vielen vele gewonden en vermisten, mensen zijn overleden in het noodweer.

Ik kan lang wakker liggen van de beelden uit het Journaal. Omdat ik denk aan de mensen daar, en me afvraag wat we kunnen doen om te helpen. Wat kunnen we doen? Ik weet het echt niet, niemand heeft me nog gevraagd om zandzakken te sjouwen, en ik wil natuurlijk niemand in de weg lopen. We kunnen natuurlijk in ieder geval geld overmaken naar Giro 777.

Daarnaast lig ik me dan ook nog urenlang af te vragen of we genoeg doen om onszelf en onze kinderen te beschermen tegen watersnoodrampen, hier in Leidschendam-Voorburg. Meteorologen bevestigen dat zulke regenbuien vaker zullen voorkomen, nu het klimaat verandert. Om onze kleinkinderen en achternichtjes een veilig leven te gunnen, met niet teveel ‘buien van de eeuw’, moeten we dus blijven strijden tegen klimaatverandering. En daarnaast moeten we ook beducht zijn op de klimaatverandering die is ingezet.

Het belangrijkste dat we kunnen doen om verdere klimaatverandering tegen te gaan is evident: minder fossiele brandstoffen uitstoten, en zo snel mogelijk helemaal stoppen. Deze zorgplicht rust op ons allemaal, en dus ook op de overheid, getuige de uitspraak in de Urgenda-zaak (de staat moet meer doen tegen de uitstoot van broeikasgassen, red.). Ook hier in Leidschendam-Voorburg moeten we zorgen dat we zo snel mogelijk afkicken van onze verslaving aan fossiele brandstoffen. Begrijp me niet verkeerd, lezer, ik bedoel daarmee ook gewoon mezelf. Op zoveel manieren zit ook ik gevangen in een systeem dat mij voortdurend verleidt om toch nog wat CO2 uit te stoten. We kunnen allemaal ons best doen om het milieu te sparen, maar ondertussen moeten we onze overheid aanspreken op haar verantwoordelijkheid voor het systeem. Ook in Leidschendam-Voorburg.

Het tweede dat we kunnen doen, is zorgen dat onze omgeving zo snel mogelijk wordt aangepast aan dit nieuwe normaal, aan extreme weersomstandigheden. Langere periodes van extreme droogte en hitte zullen steeds vaker voorkomen, om dan plotseling weer onderbroken te worden door heftige regenval. We moeten dus water kunnen vasthouden als het schaars is, én snel kunnen afvoeren als het met bakken uit de hemel valt.

Ook in Leidschendam-Voorburg werken we aan waterberging, op allerlei manieren. We passen de riolering aan om plotselinge regenval op te vangen, we vergroenen de daken, we ontharden straten, pleinen en tuinen. Maar op het tegenovergestelde moeten we ons ook voorbereiden. De laatste jaren kenden we ook in onze gemeente al lange periodes van droogte en lage grondwaterstanden. Het veroorzaakte in sommige wijken al paalrot: als het grondwater te diep wegzakt, beginnen de houten funderingspalen van woonhuizen te rotten. Muren kunnen verzakken en scheuren, in het ernstigste geval kan een heel woonhuis instorten. Ook hier tast klimaatverandering onze veiligheid al aan, we moeten onze omgeving razendsnel aanpassen.

Ten slotte kunnen we ook onszelf voorbereiden. Mensen die van me houden vinden het overdreven, maar sinds ik teveel heb geleerd over klimaatverandering ben ik begonnen met me voorbereiden op onvoorziene natuurrampen. In Zuid-Holland is de meest voorzienbare natuurramp nog steeds een watersnoodramp. Zodoende heb ik goedgevulde noodrugzak bovenop de kast liggen. Water, houdbaar voedsel, zaklamp, noodradio, reddingsdekens, en meer van die dingen die je nodig hebt om het even uit te houden zonder voorzieningen of hulp.

Hoewel ik graag voorbereid ben op het onvoorziene, probeer ik niet te overdrijven. Het is een interessante afweging om te maken: hoeveel geld en ruimte besteed je aan iets wat waarschijnlijk, nou ja, hopelijk, niet gaat gebeuren? Met de beelden uit Limburg in mijn hoofd, denk ik… misschien toch ook een rubber boot toevoegen.

(Marie Christine van der Gronde, fractieleider GroenLinks)