Mening
Blog: Sociale woningbouw, politiek van de lange termijn

(In de serie maandelijkse columns van fractieleiders in de gemeenteraad dit maal een bijdrage van Marie-Christine van der Gronde, fractieleider GroenLinks)

In de afgelopen jaren hebben we in Leidschendam-Voorburg de woningnood uit de hand zien lopen. Wachttijden voor een sociale woning liepen op, kinderen en kleinkinderen verhuisden naar Den Haag, Zoetermeer of verder weg omdat hier geen betaalbare woning meer te vinden was. En het is erger dan dat. Dak- en thuisloosheid gaat in onze regio al lang niet meer alleen over drugsverslaafden en psychiatrisch patiënten. We hebben het ondertussen over mensen met een prima baan die geen woning kunnen vinden, en daarom logeren bij vrienden en familie. Mensen die soms jarenlang leven van logeerbank naar -bed, steeds op zoek naar een nieuwe plek om even te mogen logeren. Ook mensen met kinderen. Na scheiding of ontslag kun je als gezin zo in de daklozenopvang terecht komen, simpelweg omdat er geen woningen zijn.

Ik hoorde ook over het verborgen leed. Ik sprak een vrouw die niet weg durfde van haar partner. Hij slaat haar, en ze zou wel weg willen, maar ze weet niet waarheen. De kinderen gaan hier naar school, die hebben hun vriendjes hier. Ze verdient haar eigen geld, maar niet genoeg om hier een eigen woning te huren in haar eentje. Sociale huur zou een uitkomst zijn, maar zelfs met een urgentieverklaring ben je niet verzekerd van een woning. Wat zou jij doen, als ouder van drie kinderen? Hoeveel geweld zou je dulden, voordat je je kinderen zou meenemen in een thuisloos bestaan?

Sociale woningbouw geeft mensen ruimte om veilig te wonen, om een leven op te bouwen. Dat is waarom GroenLinks zich er al jaren voor inzet om meer sociale woningen te realiseren, soms tegen de klippen op. Het is, politiek gezien, een gevaarlijk onderwerp. Je kunt je vingers er gemakkelijk aan branden, linksom of rechtsom. Rechtsom heb je natuurlijk altijd tegenstand. Er zijn nu eenmaal mensen die liever een paar mooie villa’s hebben in hun wijk, dan een heleboel sociale en middeldure woningen. Misschien omdat ze het mooier vinden, misschien omdat ze bang zijn voor extra autoverkeer. Misschien omdat ze liever rijke mensen als buren hebben. Linksom heb je ook tegenstand, natuurlijk, want het moet altijd sneller, meer, mooier, duurzamer, groener, socialer, beter.

Mocht je als politieke partij zo gek zijn om er dan daadwerkelijk je politieke krediet voor in te zetten, en je bestuurder ervoor vrij te maken, dan levert het niet direct veel op. Een woningbouwproject duurt immers meestal jaren om voor te bereiden. Je bestuurder moet de hete kastanjes uit het vuur halen. Nog voordat er een paal de grond in mag moet eerst jaren worden overlegd met projectontwikkelaars of corporaties, met omwonenden en met de Raad. Het kost bakken met tijd, er is geen enkele garantie dat het lukt, maar als je het écht wil kun je nú werk maken van een stevig bouwproject met een goed aantal sociale woningen. Alles zodat jouw opvolger een prachtig fotomomentje kan hebben met een bouwhelm, een hamer en een paal met een lintje eromheen.

In de vorige raadsperiode hadden wij dat gedaan. GroenLinks stak haar nek uit, en leverde een bestuurder die alles ging doen wat hij kon om sociale woningbouw mogelijk te maken. In het coalitieakkoord zetten wij vol in op stevige maatregelen.  Zo werd op voorstel van onze wethouder de regel ingesteld dat ieder nieuw project dat werd voorgesteld aan de raad voortaan 30% sociale woningbouw moest bevatten. En als dat om aantoonbare redenen niet mogelijk was, mag de projectontwikkelaar ook geld storten in het vereveningsfonds. Dat geld wordt dan weer uitgekeerd aan projectontwikkelaars die méér dan 30% sociale woningen realiseren. Deze regel geldt nog steeds, voor alle nieuwe projecten. Voor GroenLinks is dit grote winst, want deze regel gaat ons nog heel wat sociale woningen opleveren in de toekomst.

Maar goed, dan heb je natuurlijk wel nieuwe projecten nodig. Daarom heeft onze wethouder hard gewerkt om nieuwe initiatieven te verwelkomen en te helpen slagen. Rijnlandlaan, Overgoo, de Star, Burgemeester Feithplein, Westeinderweg… langzaamaan vormden zich nieuwe projecten.

Vervolgens kwamen de verkiezingen. Hoewel PvdA en GroenLinks in de campagne bleven pleiten voor meer sociale woningbouw, hebben andere partijen hun politieke energie aan andere onderwerpen besteed. Na de verkiezingen formeerde een coalitie van VVD, CDA, PvdA en CU/SGP. De woningbouwprojecten waar onze wethouder zo hard aan had aan had gewerkt kwamen stil te liggen, nieuwe projecten bereikten de raad niet. Het College gaf geen enkele prioriteit aan sociale woningbouw. Wij baalden als een stekker, want wat heb je aan de mooie regel van 30% sociale woningen in nieuwe projecten, als er helemaal geen nieuwe projecten worden gestart?

Oude projecten kwamen nog wel langs, maar toevallig steeds de projecten zonder sociale woningen. Park 070, Vlietvoorde, Rustoord, Schakenbosch… Allemaal met 0% sociale woningbouw. Het werd ons allemaal te gortig. Dus we besloten een radicaal statement te maken: vanaf toen hebben we tegen alle woningbouwprojecten gestemd met minder dan 30% sociale woningen. We kondigden aan dat we dat zouden blijven doen, totdat het college weer werk ging maken van sociale woningbouw. We waren er klaar mee.

Verrassend genoeg was het de VVD’er Arnold Brands, die ons hielp om de sociale woningbouw weer op de rit te krijgen. Door zijn overlopen naar de oppositie (omdat hij wilde dat op Schakenbosch veel minder woningen zouden worden gebouwd) raakte de coalitie haar meerderheid kwijt. Die begon direct te onderhandelen, zowel met D66 als met GroenLinks. Wij legden een paar harde eisen op tafel, waaronder: behoud van de sociale voorzieningen en direct meer tempo in de sociale woningbouw. Natuurlijk verzocht de coalitie ons dan wel om voortaan weer te stemmen voor de projecten die al sinds voor 2018 worden gepland, in het kader van rechtszekerheid en behoorlijk bestuur. Wij zijn de beroerdsten niet, dus we hebben daarmee ingestemd. In ruil daarvoor mochten we met de ontwikkelaar van Schakenbosch zoeken naar ruimte voor extra sociale woningen, want elke woning is er één. Dat zijn er uiteindelijk 16 geworden. Minder dan 30%, zeker. Maar meer dan 0%, en dat was het waarschijnlijk geworden als GroenLinks niet was toegetreden tot deze coalitie. De coalitiepartijen gingen akkoord, en wij konden weer doen wat we het liefste doen: onze nek uitsteken voor de sociale woningbouw.

En kijk, het werkt, er zit weer beweging in. Een kleine greep uit de projecten die dit jaar en de komende jaren worden gestart en opgeleverd. In Stompwijk: dit jaar start de bouw van 8 sociale woningen op de Westeinderweg, volgend jaar start de bouw van 10 sociale woningen op de Doctor van Noortstraat. In Voorburg: dit jaar zijn 48 sociale woningen opgeleverd op de Rijnlandlaan en 35 sociale woningen op het Burgemeester Feithplein. Nieuwe plannen voor woningbouw worden gevormd voor de Appelgaarde en de Julianabaan. In Leidschendam: volgend jaar start op de Star de bouw van ongeveer 110 sociale woningen, op Overgoo start in 2023 de bouw van ongeveer 233 sociale woningen.

In theorie kan het vast sneller, meer, mooier, duurzamer, groener, socialer, beter. Maar in de praktijk, in deze politieke werkelijkheid, zijn we hier trots op. Sociale woningbouw is een politiek van lange adem. Voor iedere sociale woning in onze gemeente moeten we hard strijden, en dat blijven we doen. Strijd je mee?

(Marie-Christine van der Gronde, fractievoorzitter GroenLinks)