Mening
Blog: Wooncrisis

(In de serie maandelijkse columns van fractieleiders in de gemeenteraad dit maal een bijdrage van Ron van Duffelen, fractieleider CDA)

Gisteren gingen duizenden mensen, vooral jongeren, de straat op te protesteren tegen de wooncrisis. Een onderwerp dat al langere tijd speelt en recent terecht weer veel aandacht krijgt in de media. Jongeren zijn het beu en eisen hun plekje op de woningmarkt op.

In de afgelopen anderhalf jaar hebben we gezien dat de huizenprijzen niet geleden hebben onder corona: er is een chronisch tekort aan betaalbare woningen, zowel in de koop-, als in de huursector, en we vinden dat allemaal een zorgelijke ontwikkeling. Er gaan stemmen op om een ministerie voor volkshuisvesting de regie te laten nemen, waarmee de overheid weer meer uitkomt bij zijn grondwettelijke taak.

We hebben een tekort aan woningen, ook in onze gemeente. Jongeren wonen langer thuis, de wachtlijsten zijn lang, starters komen moeilijk aan bod en jonge gezinnen verlaten onze gemeente bij gebrek aan betaalbare woonruimte. Dat moeten we ons aantrekken: wij zouden als gemeente in staat moeten zijn om voor al onze inwoners, minima en modaal, jong en oud te kunnen bouwen. We kunnen elkaar de maat gaan nemen over percentages, maar dat is politiek voor de bühne.

We zien dat particuliere beleggers en vastgoedondernemers woningen opkopen als belegging en speculeren op een hogere verkoopprijs. Deze ontwikkeling belemmert de in- en doorstroom op de woningmarkt. Een aantal gemeenten is al overgegaan tot het invoeren van een zelfbewoningsplicht of het instellen van een speculatieverbod voor vastgoedondernemers.

De gemeente Rotterdam overweegt deze maatregelen nu ook. Het is een lastig vraagstuk omdat het eigendomsrecht slechts beperkt mogelijkheden biedt voor het invoeren van een zelfbewoningsplicht. Het CDA vindt evenwel dat we ons hierdoor niet moeten laten afleiden en moeten bezien welke mogelijkheden we hebben. Voor de zomervakantie heeft het CDA daarom het initiatief genomen om de invoering van een zelfbewoningsplicht in onze gemeente te onderzoeken. Een motie met deze strekking werd helaas door een meerderheid van de gemeenteraad verworpen, waarmee een mogelijkheid om op te treden tegen speculanten en ruimte voor inwoners te bieden op de woningmarkt werd ontnomen. De veelgehoorde roep over de urgentie op de woningmarkt is er niet bij gebaat.

En het is helaas waar. Nieuwbouwprojecten vergen een lange voorbereidingstijd. De gemeenteraad heeft in de afgelopen jaren woningbouwprojecten goedgekeurd, die reeds onder vorige colleges van B&W zijn opgestart. En in deze raadsperiode zijn trajecten geïnitieerd die pas in een volgende periode tot uitvoering zullen komen. Je zou zeggen: dat moet toch sneller kunnen!

Ik vind dat ook en hoop van harte dat de wetgever bereid is ruimte te bieden om procedures te versnellen. De nieuwe Omgevingswet lijkt daar ruimte voor te bieden, maar de invoering ervan wordt telkens weer uitgesteld en staat ook nu weer ter discussie. En ondertussen komen er maar mondjesmaat woningen bij, stagneert de doorstroom op de woningmarkt, zijn de wachtlijsten lang en zijn er te weinig woningen in de sociale huursector en in het middensegment, zowel huur, als koop. Er wordt gebouwd door investeerders die kennelijk geen brood zien in sociale woningbouw of een middensegment.

Bij een aantal recente projecten hebben we gezien dat bouwen vooruitzien is. Het heeft weinig zin om een lopend traject te torpederen met aanvullende eisen. Maar we kunnen wel een strengere meetlat aanhouden voor nieuwe projecten. Daarbij gaat het zowel om woningen in de sociale huursector, als in het middensegment. De grote bouwprogramma’s uit de jaren zestig en zeventig zijn echt niet tot stand gekomen zonder een sterk sturende rol van de overheid. Niet alleen kaderen aan de bovenkant, maar ook door actief te sturen op het aantrekkelijk maken voor ontwikkelaars en corporaties om lage- en middensegment betaalbaar te houden.

(Ron van Duffelen, fractievoorzitter CDA)