Nieuws
Peter van der Ploeg leest: Kampioen Aaibaarheid

Peter van der Ploeg is vast een kattenliefhebber. We zien de directeur van Huygens’ Hofwijck in gedachten met zijn sloffen aan en een spinnende poes op schoot lekker lezend bij de open haard. Ter gelegenheid van dierendag kiest hij voor zijn wekelijkse blog een luisterboek: de Aaibaarheidsfactor.

Er zijn maar weinig boeken die ik herlezen heb. En er is maar één boek dat ik vaker dan tweemaal  las: ‘De Aaibaarheidsfactor’ van Rudy Kousbroek. Het verscheen voor het eerst ruim vijftig jaar geleden, als een serie korte essays. Kousbroek ordende daarin zijn persoonlijke visie op de structuur van de dierenwereld. De doorslaggevende factor in die ordening wordt bepaald door hoe graag je een dier zou willen aaien. Vissen en aanverwante schepselen scoren vanzelfsprekend niet hoog, in tegenstelling tot de kat. Dat was de onbetwiste winnaar. Het boekje werd indertijd dan ook uitgegeven met een fluwelen – dus aaibare – omslag.

Rudy Kousbroek staat vooral bekend om zijn essays. Doorwrochte stukken, waarin hij allerlei verschijnselen in ons bestaan belicht en probeert hun belang en betekenis te duiden. Jarenlang publiceerde hij die artikelen in NRC Handelsblad. Ik herinner me nog dat ik – jong, student – vol bewondering was voor iemand die zoveel eruditie tentoon wist te spreiden, schijnbaar uit de losse pols.

Kousbroeks boekje over de Kampioen Aaibaarheid, de kat, is een van zijn meer luchtiger teksten. Hij verhaalt in het bundeltje trouwens ook van niet-kat gerelateerde gebeurtenissen, zoals de manie van zijn tienjarige dochter voor kikkervisjes en hun transformatie tot kikkers. Uitermate geestig, en ook wijs.

Maar de kat speelt de hoofdrol. Die komt in allerlei verschijningsvormen langs, van de goedmoedige huislobbes tot de raadselachtige en ver boven ons verheven sfinx.

Van twee van de stukken kan ik nooit genoeg krijgen. Allereerst het hoofdstuk met tips hoe de huiskat te testen op de eigenschappen waarop zijn faam berust, zoals miauwvolume en spinvermogen. Dat leest als een test zoals je die wel tegenkomt in de Consumentengids, degelijk en gedetailleerd. Maar toegepast  op de kat krijgt dat ineens iets hilarisch.

Het tweede stuk, nog veel mooier, is de handleiding hoe zelf een kat te bouwen. Een theemuts en opvouwbare voorpoten vallen onder de onontbeerlijke ingrediënten. Ook de bevestiging van kop en staart vergt van de bouwer zowel enige anatomische kennis van de kat als ruimtelijk inzicht. Het verkeerd om bevestigen van kop en staart bijvoorbeeld, leidt ontegenzeggelijk tot een kat die achterstevoren wegloopt van haar bakje met verse brokjes. De toevoeging van die ‘controlepunten’ zal voor de gemiddelde modelbouwer een grote steun zijn.

Het was trouwens de eerste keer dat ik het boekje luisterde. Midas Dekkers leest het voor. De meerwaarde daarvan is dat hij, wanneer hij praat over dieren, sowieso een toon weet te treffen die aangeeft dat hij die wezens volkomen doorgrondt. Zo ook hier. Wat bij een kat knap mag worden genoemd…

Rudy Kousbroek / De Aaibaarheidsfactor / Luisterboek, voorgelezen door Midas Dekkers / 2 uur en 34 minuten / Atlas Contact, via Storytel