Mening
Blog: Zo wordt het nooit wat

Dat de woningnood hoog is, heeft geen uitleg meer nodig. Dat weet iedereen zo langzamerhand wel. Vraag is alleen wat er aan gedaan wordt.

Vorige week werd met de nodige bombarie een Tussenakkoord nieuwe woningmarktafspraken Haaglanden gepresenteerd. Een deal van provincie, gemeenten – waaronder Leidschendam-Voorburg – , woningcorporaties en huurdersorganisaties.

Het Tussenakkoord was niet veel meer dan een herbevestiging van beloften die al in 2020 werden gedaan door de gemeenten en de corporaties.

Beloften die weer gebaseerd waren op de Woningbehoefteraming 2019. Uit die raming bleek dat er voor 2030 65.870 woningen bij moesten komen in de regio.

Een imposant getal dat echter gebaseerd was op cijfers uit 2018 die voor de Woningbehoefteraming 2019 waren gebruikt. En de ontwikkelingen staan niet stil.

De gemeenten en corporaties boden in 2020 aan 75.227 woningen te zullen realiseren voor 2030. Maar dat blijkt al niet meer voldoende. Op grond van een herberekening van de Woningbehoefteraming 2019 moeten er nu 79.430 woningen bij komen tot 2030. Dat is dus bijna 14.000 meer dan nog geen twee jaar geleden berekend.

De nieuwe berekening geeft tevens aan dat gemeenten en corporaties nog meer moeten doen. Er moeten nog eens minstens 4000 woningen bij komen. Maar gaat nu overleggen hoe dat voor elkaar gebokst moet worden. Begin 2022 wil men daar uit zijn.

Probleem bij dit alles: de provincie, gemeenten en corporaties bepalen het helemaal niet op de woningmarkt. Dat zijn ontwikkelaars en bouwbedrijven. De markt dus. En die doet wat zij wil.

Geen wonder dus dat van de 75.227 woningen die in de boeken staan er maar 31.050 ‘hard’ zijn: dat wil zeggen in concrete bouwplannen staan; zo’n 40 procent.

In Leidschendam-Voorburg schermen B&W met de bouw van 2490 nieuwe woningen voor 2030. Daarvan is maar 32 procent ‘hard’. In de sociale sector is dat percentage nog lager: 23. Dat is dus nog geen kwart van de 750 woningen die er in deze sector bij zouden moeten komen.

Als de markt niet mee doet en de corporaties geen geld en/of bouwgrond hebben, gebeurt er dus niet zo veel. Ondanks allerlei mooie afspraken en beloften op papier. Maar een papieren werkelijkheid is niet de realiteit. En dat weten alle betrokkenen ook.

De gemeente Midden-Delfland heeft al laten weten het Tussenakkoord niet te steunen. Dat wil zeggen, niet te ondertekenen. De reactie vanuit het provinciaal bestuur geeft aan hoe machteloos men is.

Commissaris der Koning Jaap Smit vraagt B&W van Midden-Delfland van gedachten te veranderen. Tekent men niet ‘dan ontslaat dat u niet van de plicht om een bijdrage te leveren aan de regionale opgave’, aldus Smit.

En hoe wil Smit dat afdwingen? Niet dus. ‘Indien nodig zal de provincie haar instrumentarium inzetten (zoals bijvoorbeeld ruimtelijke ordeningsinstrumenten, lobby-kracht en subsidies) en de gemeente Midden-Delfland aanspreken om zo te bevorderen dat zowel de regio als uw gemeente de gestelde doelen in voldoende mate realiseren’.

Een zwaktebod. Terwijl de woningnood alsmaar verder oploopt. Terwijl er toch mogelijkheden zijn daar iets aan te doen. Zet een gemeentelijk woonbedrijf op dat woningen op gemeentegrond laat bouwen; stel leegstaand gemeentelijk onroerend goed ter beschikking aan woningzoekenden; ga in de gemeente na waar leegstaande panden zijn er spreek eigenaren aan; kijk naar onbewoonde panden van kerken. Die hebben tenslotte ook een maatschappelijke opgave.

Mogelijkheden genoeg waarbij de afhankelijkheid van de markt kan worden omzeild en op korte termijn iets te bereiken valt. Maar ja, dan moeten gemeenten (college’s van B&W, gemeenteraden) wel willen. En dat is kennelijk niet zo. Veiliger schuilen achter een papieren werkelijkheid dan risico’s nemen om woningzoekenden te helpen. Zo wordt het nooit wat.