Nieuws
Meer bedrijven in Vlietzone

De provincie Zuid-Holland en de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk bekijken of het bedrijfsterrein Westvlietweg/Vlietzone beter benut kan worden en kan worden uitgebreid. Bij het beter benutten gaat het om een verplaatsing van bedrijven, de ruimte efficiënter gebruiken en/of de komst van vervuilender bedrijven. Eind dit jaar moet een en ander duidelijk zijn.

Dat blijkt uit het ‘Bestuurlijk woon-werkakkoord’ dat de provincie en de drie gemeenten waarschijnlijk komende maand ondertekenen. In een begeleidende brief aan de gemeenteraad schrijft wethouder Floor Kist dat B&W tegen de komst van zware industrie in de Vlietzone zijn. Het gaat om Haags grondgebied.

Dat de wethouder het akkoord heeft vrijgegeven is opvallend. B&W van Leidschendam-Voorburg en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben al wel met de tekst ingestemd. B&W van Den Haag en Rijswijk moeten dat nog doen. Pas als die dat hebben gedaan kan het getekend worden en is het akkoord officieel.

Kern van het akkoord is de noodzaak meer woningen te bouwen en tegelijk bedrijvigheid te behouden. Om binnen de bebouwde kom meer woningen te kunnen bouwen en groen te kunnen sparen, kijken de gemeenten naar bedrijfsterreinen. Daar kunnen wonen en werken gecombineerd worden. Tegelijk wil de provincie echter waarborgen dat er genoeg ruimte blijft voor zwaardere industrie die ook vervuilender is.

Tot nu toe eiste de provincie van de gemeenten dat zij plekken waar de zwaardere industrie weg moest zouden compenseren. Voor Leidschendam-Voorburg lag die eis er ten aanzien van het bedrijfsterrein Veursestraatweg/Parnashofweg (Vliethaven) en Klein Plaspoel Polder (KPP). Op beide plekken komen woningen. Met het akkoord is de compensatie-eis vervallen. Voortaan wordt ook rekening gehouden met de wensen van de gemeenten inzake de bestemming van ruimte.

De vier overheden gaan nu bekijken welke bestaande bedrijfsterreinen beter benut kunnen worden, welke kunnen worden uitgebreid en waar nieuwe bedrijfsterreinen kunnen komen. Op grond van die inventarisatie worden dan keuzes gemaakt. Daarbij zijn nut en noodzaak, aantal arbeidsplaatsen, innovatie en duurzaamheid enkele te hanteren criteria.

Probleem bij beter benutten van bestaande bedrijfsterreinen is dat de grond veelal niet in handen is van de gemeenten. Bij uitbreiding van bedrijfsterreinen zijn er meteen talrijke wensen waar tussen een afweging gemaakt moet worden. Van de andere kant is uitbreiding nodig om vervuilende bedrijven een plek te geven.

De betrokken overheden gaan nu een economisch profiel maken van de Haagse regio waaruit ook moet blijken welk type bedrijvigheid men wil en op welke plekken daar ruimte voor is. Tevens worden aanvullende locaties gezocht. Ook dit alles moet in 2022 zijn beslag krijgen.