Wie naar leden van B&W luistert en/of naar gemeenteraadsleden hoort bijna per definitie lovende woorden over het functioneren van de gemeente, de inzet van de ambtenaren, het ‘keihard’ werken en de resultaten die geboekt zijn.
Hoe opmerkelijk is het dan om in verkiezingsprogramma’s, opgesteld voor de lokale stembusgang op 18 maart, een heel ander beeld aan te treffen. Neem het CDA. Bestuurspartij doch de laatste vier jaar in de oppositie belandt.
‘Inwoners en ondernemers voelen zich vaak niet gehoord, ervaren de overheid als afstandelijk en bureaucratisch, en vinden dat de gemeente gemaakte afspraken niet altijd nakomt’.
‘Wij beseffen dat onze lokale democratie pas echt betekenis heeft als álle bewoners zich mede-eigenaar voelen. Dat vraagt een benadering vanuit de leefwereld van de inwoners en niet vanuit de systeemwereld van het Raadhuisplein’.
‘Het herstellen van vertrouwen vraagt om meer dan woorden. Het vraagt om een houding van dienstbaarheid, betrokkenheid en daadkracht. Een gemeente die luistert én levert’, aldus het CDA.
Samengevat: de bewoners van het Raadhuis, B&W én ambtenaren, leven in hun eigen wereld. Ver af van de leefwereld van de inwoners. Men luistert niet naar de inwoners en levert niet wat die willen.
Dat is nogal wat. Het betekent feitelijk dat de bestuurders (B&W) met hun dienaren in een ivoren toren zitten en alleen maar doen wat hen goed dunkt.
Vraag is dan, waarom komt het CDA nu (pas) met deze stellingname/constateringen? Zelf heeft men ook deel uitgemaakt van de nodige coalities. Waarom is er toen dan niets ondernomen om de zelf geplaatste stolp, te doorbreken. En waarom heeft het CDA als oppositiepartij daar in de gemeenteraad niet veel meer aan gedaan?
Nu is het CDA niet de enige partij die in het verkiezingsprogramma hard stelling neemt tegen het gemeentelijk apparaat. Coalitiepartij GBLV heeft het er ook over. Met pleit voor een ‘sterke gemeentelijke organisatie die luistert, meedenkt en zoekt naar oplossingen die écht werken. Geen eindeloos doorverwijzen, maar verantwoordelijkheid nemen en zaken oppakken. Een gemeente die doet wat zij belooft’.
‘GBLV vindt dat de gemeente een dienende partner moet zijn. Een overheid die er is voor haar inwoners en ondernemers, niet andersom. Wij stellen de huidige gemeentelijke inrichting kritisch ter discussie. Te vaak is de overheid meer gericht op het in stand houden van eigen processen en functies dan op wat inwoners en ondernemers echt nodig hebben. Dat leidt tot bureaucratie, onduidelijkheid en afstand. GBLV wijst deze ontwikkeling af en pleit voor een gemeente die efficiënt werkt en de inwoner centraal stelt. Inwoners verwachten dat de overheid niet op afstand opereert, maar betrokken is bij hun leefomgeving’.
‘Binnen de (gemeentelijke) organisatie wordt nu nog te vaak gedacht vanuit afzonderlijke beleidsterreinen. In een dichtbevolkte gemeente is juist integrale maatwerkbenadering nodig. Dat betekent afstappen van zogenoemd ‘postzegeldenken’ en bij ontwikkelingen ook kijken naar samenhang met bijvoorbeeld mobiliteit’.
Ook hier dus de constatering dat B&W en de ambtenaren meer gericht zijn op zichzelf dan de burgers die zij moeten dienen. En ook hier de vraag: waarom komt coalitiepartij GBLV daar nu mee? En wat heeft men de afgelopen vier jaar binnen en buiten het Raadhuis gedaan om het geschetste beeld te corrigeren?
De ChristenUnie (nu oppositiepartij) zegt te staan voor een gemeentelijke overheid die Inzet op goede relaties met inwoners. Eerlijk is en geen beloftes doet die niet zijn na te komen.
Nieuwkomer Volt stelt: ‘In onze gemeente gaat het bij het besturen te vaak om schone schijn en prestige. Dat leidt tot stilstand, polarisatie en wantrouwen. Volt kiest bewust voor een andere koers. Geen symboolpolitiek of korte termijn partijbelangen, maar eerlijke keuzes en transparante besluitvorming’.
De partij geeft aan dat ‘veel inwoners de gemeente nogal gesloten vinden’. Men hekelt de klassieke coalitie-oppositie-dynamiek die leidt tot politieke stokpaardjes, herhaling van zetten en tot het beschermen van wethouders op partijpolitieke gronden.
Ook de Partij voor de Dieren uit kritiek op de gang van zaken in de gemeente. ‘Leidschendam-Voorburg is geen bedrijf en inwoners zijn geen klanten. Vertrouwen in de lokale overheid wordt geschaad door ondoorzichtige besluitvorming, geheime afspraken, achterkamertjes en ondemocratische samenwerkingsverbanden’.
Aandacht-LV rept eveneens over ‘achterkamertjespolitiek’ en haalt uit naar het coalitieakkoord dat de partijen die B&W gaan vormen traditioneel sluiten. Met zo’n akkoord rest er voor de gemeenteraad alleen instemming (coalitiepartijen) of afwijzing (oppositie). Ruimte voor debat en samenwerking is er zo nauwelijks. De partij roept ook op tot heldere communicatie ‘zonder ambtelijk jargon zodat het voor iedereen begrijpelijk is’.
Opvallend genoeg koppelen de diverse partijen hun kritiek op het functioneren van B&W en ambtenaren niet aan concrete voorstellen om zulks te veranderen. In plaats daarvan wordt er gehamerd op burgerparticipatie en het beter, vaker en doeltreffender betrekken van inwoners bij plannenmakerij, beleid en besluitvorming.
Met andere woorden: de burger/inwoner moet voor elkaar krijgen wat wij, als diens politieke vertegenwoordigers, niet voor elkaar boksen: onszelf een spiegel voorhouden en ons gedrag aanpassen.
Vier jaar geleden kwam nog maar 51 procent van de kiesgerechtigden stemmen. Toen riepen alle partijen in koor dat het vertrouwen in de politiek hersteld moest worden. Sindsdien is er een participatiebeleid op poten gezet en zijn er wat experimenten gestart. Een eerste evaluatie heeft duidelijk gemaakt dat er nog heel wat aan schort.
Dat willen de lokale politici echter niet zien/horen. Ook al bepalen B&W en de ambtenaren de spelregels, het is de verantwoordelijkheid van de burger/inwoner om middels participatie dingen te veranderen. Waarbij die verandering, als het de politiek niet zint, vervolgens toch niet wordt doorgevoerd. ‘Wij’ zijn immers gekozen om namens de burger te beslissen.
Het is zo een vicieuze cirkel. We besturen misschien slecht maar het is aan de inwoner daar iets aan te doen. En als die iets doet maken wij wel uit of we dat overnemen of niet en zo ja, hoe. Met zo’n houding moet je natuurlijk niet verbaasd zijn dat de burger afhaakt. Zoals gezegd: de politiek moet veranderen. Leuk dat patijen zien wat er aan schort. Maar zonder echte actie zijn en blijven het loze woorden.






