Mening
Burgermans Beleven (33)

Alsof het zo moest zijn: Bruno Bruins is opgestaan, keurig op tijd voor Hemelvaart. Je zou bijna denken dat hogere machten zich met de lokale politiek bemoeien al is het waarschijnlijker dat het gewoon de VVD was die een geestverwant uit de mottenballen trok. Begrijpelijk ook: als je toch de slager bent, waarom zou je dan ineens de slager laten keuren door de vegetarische bond?

Een objectieve verkenner had misschien nog iets van frisse lucht kunnen binnenlaten, maar dat zou de spanning alleen maar verhogen. En spanning, daar houdt de VVD niet van. Stabiliteit is tenslotte ook maar een ander woord voor voorspelbaarheid. Dus kwam Bruins, en hij presenteerde zijn vondst alsof hij zojuist de politieke Heilige Graal had ontdekt: een ‘breed draagvlak’ en een ‘solide meerderheid’.

Ik viel van mijn stoel. Niet figuurlijk, echt. En ergens halverwege de val hoorde ik mezelf nog roepen: ,,Laat me niet lachen.”

Want laten we even rekenen, iets waar politici doorgaans alleen dol op zijn als het hun uitkomt. Van de 61.636 kiesgerechtigden kwamen er 32.667 opdagen. Dat is al geen volksopstand, maar eerder een bescheiden buurtbijeenkomst. Van die groep stemden er 17.028 op VVD, GBLV en D66 samen. En voilà: het ‘solide draagvlak’.

Omgerekend betekent dat dat iets meer dan een kwart van alle kiesgerechtigden de basis vormt van dit bestuurlijke fundament. 27,6% om precies te zijn. Een percentage waarbij je normaal gesproken niet eens een voetbalclubkampioen mee durft te noemen, laat staan een gemeente te besturen.

Maar goed, democratie is nu eenmaal een systeem waarin je na het zetten van een kruisje vooral moet hopen dat het daarna niet al te bont wordt gemaakt, maar in elk geval de zeggenschap over je stem totaal kwijt bent.

En dan de inhoud. Want een solide draagvlak zou je verwachten bij solide prestaties. Maar als we kijken naar woningbouw, infrastructuur, de Vlietlijn, parkeren, de Mall, Vlietland en burgerparticipatie, dan is het eerder een verzameling losse eindjes dan een stevig bouwwerk. Toch blijft de VVD fier overeind. Een soort politiek betonblok dat zichzelf telkens opnieuw giet, bij voorkeur in luxe woningbouw aan de rand van de gemeente ten gunste van de aanwas voor een nieuwe achterban.

Daarna komt de afwerking: een ingehuurde politieke stukadoor uit dezelfde kring die alles weer gladstrijkt binnen het nieuwe beleidsgebouw. Scheurtjes? Welke scheurtjes?

Het terughalen van GBLV is dan ook een sluwe zet. Een partij die net een behoorlijke dreun van de kiezer heeft gekregen wegens het loslaten van idealen en een bestuurlijke incompetentie, is ineens perfect geschikt als dociele en volgzame bijwagen. Niets zo bruikbaar als een partner die net geleerd heeft dat tegensputteren niet loont. Het door Bruins gehanteerde begrip solide draagvlak met betrekking tot deze teruggefloten partij ontgaat velen volkomen.

En dan D66. Ach, D66. De partij die vlak voor de verkiezingen nog glashelder tegen recreatiewoningen in Vlietland was, maar nu ineens ontdekt dat nuance ook een vorm van flexibiliteit is in een merkwaardig gewaagd spel, waarbij opportunisme afhankelijk is van je mogelijk onduidelijk perspectief. In beide gevallen roept het torenhoge vragen op naar de werkelijke kern.

,,Wij zijn nog steeds voor groen’’, zeggen ze, terwijl ze tegelijkertijd enthousiast knikken bij plannen die dat groen opvallend veel ruimte laten voor beton. Het is een indrukwekkende mentale spagaat: principieel blijven door je principes strategisch te parkeren. Een les die D66 van de VVD lijkt te hebben geleerd en hierbij te kiezen voor de bijwagen van VVD1 en VVD2. De nieuwe lijn klinkt dan ook prachtig: richtlijnen, procesafspraken, versterking van natuur en ecologie en ergens daartussen, heel subtiel, ruimte voor recreatie. En met recreatie bedoelen we natuurlijk precies datgene waar eerder nog fel tegen geageerd werd.

Maar we zijn toch niet gek!

Maak je geen zorgen: er gebeurt niets voordat vergunningen zijn verleend. Dat stelt gerust. Een beetje zoals zeggen dat je pas nat wordt als je in het water springt.

Het is een klassiek spel: tijd rekken, gezichtsverlies beperken, en ondertussen via achterdeuren proberen alsnog je zin te krijgen. Tegen de tijd dat iedereen doorheeft wat er gebeurt, staat er al een fundering.

En daar leent D66 zich voor?

En zo krijgen we opnieuw hetzelfde bestuurscircus, met grotendeels dezelfde artiesten en exact dezelfde acts. De vraag dringt zich op: waar is het lef om eens iets anders te proberen? Of is het vertrouwen in eigen kunnen zo broos dat men liever teruggrijpt naar het bekende?

De burger, weet u nog, staat ergens op de tribune, met een kaartje dat hij zelf heeft betaald, kijkend naar een voorstelling die hij niet meer kan beïnvloeden. Wanneer komt deze burger nu eens eindelijk op de eerste plaats? Volksvertegenwoordigers komen toch niet van een andere planeet? Maar misschien wel van een geheel andere belevingswereld! De vraag is hoe breng je deze twee werelden bij elkaar?

En alsof dat nog niet genoeg is, krijgen de nieuwe volksvertegenwoordigers van collegemeester Vroom nog een waarschuwing mee: vooral blijven denken zoals hun voorgangers. Vernieuwing is tenslotte overschat.

Ik wens de nieuwe onderhandelaars veel succes, maar ben helaas beslist niet positief geladen.

Ik ben bang dat mijn voorspelde oude wijn weer verdwijnt in nieuwe zakken.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar bij mij slaan de vlammen inmiddels uit. Misschien toch maar even naar buiten. Naar Vlietland, zolang het nog kan voor de zekerheid nog even genieten van die natuur, voordat die ook onderdeel wordt van een ‘zorgvuldig afgestemd proces’.

(Burgermans, inwoner)