Mening
Een groene woongemeente (2)

Tegels zijn geen privézaak

Wie mijn vorige column heeft gelezen, verwacht misschien dat ik nu opnieuw de gemeente ga bekritiseren. Over te veel steen, te weinig schaduw en een bestuur dat ‘groene woongemeente’ graag als slogan gebruikt. Dat komt nog wel. Maar eerst een andere olifant in de kamer: het particuliere groen dat in stilte verdwijnt onder tegels, terrassen, kunstgras en loungesets.

Want laten we eerlijk zijn: niet alleen de gemeente verhardt. Wij doen dat zelf ook. Voortuinen worden parkeerplek, achtertuinen buitenkamer. Minder onderhoud, meer gemak, meer design. Tot de volgende stortbui. Dan blijkt dat wat privé leek, ineens een publiek probleem is.

Tegels laten nauwelijks water door. Alles stroomt rechtstreeks naar put en riool, precies op de momenten dat die het al zwaar hebben. Minder groen betekent ook minder verkoeling op hete dagen, minder ruimte voor insecten, egels en vogels, en minder sponswerking van de bodem. Een volledig dichtgelegde tuin lijkt misschien een individuele keuze, maar de gevolgen stoppen niet bij de erfgrens.

In de regio wordt inmiddels zichtbaar wat dat betekent. Het Hoogheemraadschap van Delfland zoekt naar plekken in de polders om overtollig regenwater op te vangen dat in de stad zelf niet meer kan worden verwerkt. Daarbij wordt zelfs gekeken naar gebieden met hoge natuurwaarden en biologische landbouw, zoals de Woudtse Polder. Dat is vanuit waterbeheer begrijpelijk – ergens moet het water heen – maar het schuurt wel. Want wat in de stad wordt dichtgelegd, wordt dan een opgave voor het buitengebied.

En dat water is bovendien zelden nog puur regenwater. Onderweg spoelt het langs asfalt, daken en goten en neemt het resten mee van verkeer en verharding. Het wordt in het watersysteem grotendeels verdund en verwerkt, maar het onderstreept wel dat de gevolgen van verstening verder reiken dan alleen wateroverlast in de eigen straat.

Dat is precies de vraag die in het recente verkiezingsdebat in Leidschendam-Voorburg even op tafel lag. Daar werd geopperd om bij laagbouwwoningen en VvE’s een minimumpercentage onverharde ruimte te overwegen, of de rioolheffing meer te koppelen aan de mate van verharding op een perceel. Meteen klonk het verwijt van ‘betutteling’. Voor sommigen was daarmee de discussie blijkbaar klaar.

Maar betutteling is vaak een stopwoord voor ongemak. We accepteren allang dat we in de auto een gordel dragen. Dat er niet meer wordt gerookt in vergaderzalen of cafés. Dat je straks je regenpijp niet zomaar mag aan- of afsluiten zoals het jou uitkomt. Waarom? Omdat individuele keuzes maatschappelijke gevolgen hebben. Vrijheid is zelden absoluut. Zeker niet wanneer de kosten bij de buren of bij de belastingbetaler terechtkomen.

Recent verscheen een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving dat deze discussie in een groter verband plaatst. De boodschap is helder: Nederland kan niet eindeloos blijven improviseren met technische lapmiddelenn: een pomp, een airco, een zonnescherm. Op termijn is een andere inrichting nodig: meer groen en meer water in de leefomgeving zelf. Niet voor niets doen steden als Leiden inmiddels mee aan Europees onderzoek naar het verwijderen van verhard oppervlak om biodiversiteit en klimaatbestendigheid te vergroten. Maar een wijk wordt niet klimaatbestendig als de gemeente de openbare ruimte onthardt, terwijl in dezelfde wijk tuinen verdwijnen onder tegels. Wie die transformatie serieus neemt, kan particuliere tuinen niet buiten beeld laten.

Natuurlijk: voorlichting helpt. Een tegeltaxi helpt. Subsidie voor een regenton of geveltuin helpt. Voor sommige mensen is een klein zetje genoeg. Maar laten we niet doen alsof dat altijd voldoende is. Ook de autogordel werd niet vanzelf normaal. Ook het rookverbod is niet ontstaan uit vrijblijvende foldertjes. Soms vraagt een serieus publiek belang om meer dan goede bedoelingen: om een norm, of om een financiële prikkel die de werkelijke kosten eerlijker verdeelt.

Niemand hoeft zijn tuin in een natuurgebied te veranderen. Maar het is niet onredelijk om te zeggen dat niet elke vierkante meter particulier terrein onaantastbaar is als de maatschappelijke gevolgen zo evident zijn. Een redelijk minimum aan onverharde ruimte, of een rioolheffing die rekening houdt met de piekafvoer die je veroorzaakt, is geen straf. Het is een vorm van volwassen bestuur.

Tegels zijn geen privézaak wanneer het water bij de buren binnenkomt. En wie een groene woongemeente wil, zal ook moeten erkennen dat die niet ophoudt bij het plantsoen, maar begint bij de erfgrens en daar niet stopt.

(Sander Wennekers)