De verplaatsing van delen van de Haagse afvalbedrijven van de Binckhorst naar bedrijfsterrein Westvlietweg in de Vlietzoom (gebied tussen A4 en Vliet) heeft ‘potentie’, is onder voorwaarden ‘acceptabel’ en kan een ‘positieve ontwikkeling’ voor het gebied betekenen.
Dat heeft gedeputeerde Arno Bonte te kennen gegeven tijdens een debat in Provinciale Staten over het Haagse plan. Volgens Bonte was het provinciaal bestuur tegen de verplaatsing van een watergebonden (met nieuwe haven) afvalcentrale op Westvliet.
Daar gaat het nu echter niet meer om. Het gaat over delen van de afvalbedrijven. ‘Dat is wat anders’, aldus Bonte. Als voorwaarden noemde hij een ‘goede ontsluiting’ en een goede inpasbaarheid. Ook sprak hij over een ‘afwaardering’ van de Westvlietweg.
Den Haag kan het eigen plan wat Bonte betreft verder uitwerken. Als dat wat Gedeputeerde Staten betreft goed is gebeurd, kan een bestuursovereenkomst die al met Den Haag bestaat aangepast worden om zo het plan te kunnen realiseren.
Bonte gaf aan dat het aangaan/wijzigen van bestuursovereenkomsten een zaak van Gedeputeerde Staten is. Voordat Gedeputeerde Staten dat doen kan er in dit geval nog wel een beraad met een commissie uit Provinciale Staten plaatsvinden. Indien men het daar niet met Gedeputeerde Staten eens is kan men dat uiten door het aannemen van moties, zo gaf Bonte te kennen. Of Gedeputeerde Staten die moties dan opvolgt, zei hij niet. Formeel is een motie niet meer dan een verzoek.
Het debat werd aangevraagd door Robert Jan Vonk (Partij voor de Dieren). Volgens hem strookt het Haagse plan niet met drie door Provinciale Staten aangenomen moties en zouden Gedeputeerde Staten er ook niet aan mogen meewerken. Provinciale Staten spraken eerder uit dat er in de Vlietzoom geen plek is voor een afvalcentrale en dat de vorming van een Cultuur landschapspark uitgangspunt moet zijn bij de ontwikkeling van het gebied.
Vonk diende een motie in waarin Gedeputeerde Staten werden opgedragen om: in de gesprekken die gevoerd worden met de gemeente Den Haag en andere stakeholders expliciet te benadrukken dat de drie moties leidend zijn in de ontwikkelingen binnen de Vlietzoom; de gemeente Den Haag nadrukkelijk te verzoeken om alternatieve locaties te onderzoeken
voor de grofvuilbunker, het zoutdepot en de containeropslag, en soortgelijke onderdelen van een afvalcluster, zoals onderbrenging binnen Avalex, en hiervoor actieve ondersteuning aan te bieden om de slagingskans te optimaliseren; Provinciale Staten voor 1 juli 2026 te informeren over de stand van zaken, en met name over de voortgang van de gesprekken met Den Haag.
De motie werd met 13 stemmen voor en 35 tegen verworpen. Voor waren ChristenUnie, Forum voor Democratie, PVV, SP en Partij voor de dieren.
Inmiddels heeft het bedrijfsleven op bedrijfsterrein Westvliet zijn steun uitgesproken voor de Haagse plannen.





