Nieuws
Geheimen rond bouwproject

De gemeente heeft minstens 874.067 euro verloren op de bouw van het Dorpspunt (ook wel Kulturhus genoemd) in Stompwijk. Daarnaast heeft de gemeente een betaling aan de bouwer SSB gedaan terwijl er al beslag was gelegd op de gelden die de gemeente de bouwer nog verschuldigd was.

Dit blijkt uit een tot nu toe geheime brief die verantwoordelijk wethouder Astrid van Eekelen (VVD) op 9 juli 2019 aan de gemeenteraad zond. SSB werd op 7 mei 2019 door de rechtbank in Den Bosch failliet verklaard. De curator heeft het faillissement inmiddels afgerond. Er bleek geen cent meer te halen bij SSB.

De bouw van het Kulturhus startte eind 2017. De gemeente betaalde uiteindelijk 3,55 miljoen euro aan SSB voor de bouw; twee maal zo veel als contractueel was afgesproken.

De 874.067 euro betreft een vordering die de gemeente bij de curator die het faillissement van SSB moest afwikkelen, heeft ingediend. Het bedrag is vele malen hoger dan destijds door de gemeente formeel bekend werd gemaakt: 121.303 euro. En ook veel meer dan de 350.000 euro die de gemeente als ‘schatting’ van de vordering naar buiten bracht.

Van Eekelen geeft in haar brief geen verklaring voor die verschillen. Zij laat alleen weten dat de 121.033 euro bestaat uit kosten voor Werkzaamheden inclusief heraanbestedingskosten; sloop schoolgebouw; sanering slakkenlaag.

Over de betaling van 214.500 euro die de gemeente aan SSB deed ondanks het feit dat er beslag op de gelden was gelegd, schrijft Van Eekelen: ‘Door een onderaannemer is op 28 februari 2019 beslag gelegd op de gelden die de gemeente aan SSB nog verschuldigd was. Beslag houdt het volgende in. De bedragen, die de gemeente nog aan SSB moet betalen, moet de gemeente ‘vasthouden’ en mogen niet worden uitbetaald aan SSB totdat er een uitspraak is in de gerechtelijke procedure’.

‘Bij beslaglegging is het van belang dat de gemeentelijke financiële administratie direct een signaal krijgt dat betaling aan SSB geen doorgang mag vinden. In dit geval heeft echter de mededeling van het beslag en de betaling aan SSB elkaar gekruist. Hierdoor kon het gebeuren dat na de beslaglegging toch een betaling vanuit het financieel systeem is verricht aan SSB’.

Even verderop in de brief spreekt zij echter over een betaling ‘na’ beslaglegging: ‘Door de betaling na beslaglegging loopt de gemeente het risico dat deze onderaannemer zich tot de gemeente wendt als SSB geen middelen heeft om te betalen. Dit risico doet zich alleen voor indien de rechter deze onderaannemer in het gelijk stelt in een gerechtelijke procedure. Omdat de procedure door de curator is geschorst is deze ppst als voorwaardelijk in vordering opgenomen’.

Een betaling doen terwijl er een beslag is gelegd op een rekening is wettelijk verboden. Bij de beslaglegging gaat het om 130.669 euro die de onderaannemer nog van SSB te goed had. De beslaglegging op de gemeentelijke betaling aan SSB moest waarborgen dat er geld was die vordering te voldoen. Nu is het geld echter bij SSB in het niets verdwenen.