Geachte fractievoorzitters en raadsleden,
In aanvulling op mijn brief van 6 juni 2026 waarin ik u verzocht de aanwijzingsbesluiten
vergunningparkeren als controversieel te verklaren nu het demissionaire college na het klappen van de formatie op 5 juni jl. ieder democratisch mandaat mist, breng ik u het volgende aanvullende juridische bewijs onder de aandacht. Dit bewijs maakt de onhoudbaarheid van de voorgenomen aanwijzingsbesluiten nog inzichtelijker.
= De moties van 12 november 2024: het bewijs van anticipatie.
Op 12 november 2024 nam de gemeenteraad unaniem drie moties aan over de parkeersituatie rondom de Mall.
Motie 834 (CDA, VVD en D66) ‘Geen betaald parkeren op terrein van The Mall zonder vergunningparkeren’. De raad erkent hiermee expliciet dat betaald parkeren bij de Mall onvermijdelijk parkeeroverlast in de wijken veroorzaakt.
Motie 835 (CDA, VVD en D66) ‘Lusten dan ook de lasten’. De Mall moet financieel meebetalen aan de kosten van vergunningparkeren in de omliggende wijken.
Motie 836 (ChristenUnie, CDA en VVD) De Mall moet een bewaakte fietsenstalling realiseren.
Ondergetekende constateert dat deze moties weliswaar het waterbedeffect onderkennen – parkeerdruk die van het Mallterrein naar de wijken verschuift – maar voorbijgaan aan de werkelijke juridische oplossing. De Anterieure overeenkomst (AOK) van 6 april 2014 verplicht URW immers al tot ‘parkeren om niet’ als absolute en onvoorwaardelijke exploitatievoorwaarde. Artikel 25 AOK is de contractuele beschermingswal voor de omliggende wijken, die al twaalf jaar van kracht is.
De juiste vraag die de raad in november 2024 had moeten stellen – maar niet heeft gesteld – is: waarom handhaaft het college de AOK niet gewoon? Handhaaft de gemeente die verplichting, dan vervalt de noodzaak tot vergunningparkeren volledig. Er is dan geen waterbedeffect, geen overlast en geen enkele reden om bewoners te laten betalen voor hun eigen straat. Door die vraag niet te stellen heeft de raad onbedoeld meegewerkt aan een frame waarin betaald parkeren bij de Mall als onvermijdelijk wordt gepresenteerd — terwijl de AOK dat al sinds 2014 contractueel verbiedt.
= De stelselmatige niet-uitvoering door het college.
Bijna een jaar later – september 2025 – moesten de indieners zelf bij het college aankloppen met de vraag wat er überhaupt was gebeurd met deze drie moties. De conclusie was vernietigend. Motie 834: voorwaarde genegeerd. Het college heeft de door de raad gestelde voorwaarden niet uitgevoerd, en is bovendien voornemens de AOK – die de beschermingswal voor de wijken vormt – via de aanwijzingsbesluiten te omzeilen in plaats van haar te handhaven.
Motie 835: niet uitgevoerd. De Mall betaalt geen cent mee aan de kosten van vergunningparkeren. De lasten worden volledig bij de burger gelegd. Motie 836: niet uitgevoerd. De bewaakte fietsenstalling is er niet gekomen. Desondanks zet het demissionaire college vergunningparkeren onverminderd door zonder dat aan één van de drie door uw raad gestelde voorwaarden is voldaan, en zonder dat de AOK is gehandhaafd. Het college gebruikt de raadsmoties als politieke legitimatie maar voert de daaraan verbonden voorwaarden stelselmatig niet uit.
= De juridische consequentieDit patroon van selectieve besluitvorming levert drie zelfstandige materiële gebreken op die elk aanwijzingsbesluit bij de bestuursrechter onhoudbaar maken:
1) Ontrechtmatige doorkoppeling van een commercieel voordeel. De gemeente gebruikt haar publiekrechtelijke bevoegdheid om de nadelige effecten van het loslaten van de AOK 2014 te compenseren ten gunste van URW en ten laste van de burger. Dit is wettelijk verboden.
2) Schending van het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 lid 2 Awb). De negatieve lasten van een falende exploitatie-afspraak — de AOK, waar bewoners geen partij in zijn — worden via vergunningparkeren dwingend afgewenteld op derden. De burger wordt gebruikt als financieel sluitstuk voor een privaat-publieke misrekening.
3) Misbruik van bevoegdheid (art. 3:3 Awb). De publiekrechtelijke bevoegdheid tot het nemen van aanwijzingsbesluiten wordt misbruikt als reparatiewetgeving voor een haperende anterieure overeenkomst met een vastgoedreus.
= De politieke consequentie.
Motie 834 bewijst dat de indieners CDA, VVD en D66 in november 2024 al exact wisten wat er zou gebeuren zodra het gratis parkeren bij de Mall wordt opgeheven: bezoekers vluchten dan massaal de woonwijken in. Uw raad heeft deze consequentie toen terecht als onaanvaardbaar bestempeld en daaraan voorwaarden verbonden, die feitelijk de lasten bij de burger neerleggen ter vergroting van de lusten van URW. De werkelijke oplossing lag en ligt echter elders: handhaving van de AOK door het college. Die handhaving had de gehele discussie over vergunningparkeren overbodig gemaakt. Door die handhaving na te laten heeft het college een probleem gecreëerd dat het nu via publiekrechtelijke weg probeert op te lossen ten koste van de burger.
= Conclusie
Het is de wereld op zijn kop: het privatiseren van de lusten voor URW, en het socialiseren van de lasten voor de burger. De AOK 2014 biedt al twaalf jaar de contractuele beschermingswal die dit voorkomt en die beschermingswal staat nog altijd overeind. Het college is voornemens die beschermingswal via de aanwijzingsbesluiten definitief te slechten terwijl een demissionair college zonder mandaat daar geen enkel recht toe heeft.
Met vriendelijke groet, Mede namens de 1.300+ ondertekenaars van de bewonerspetitie tegen de invoering van vergunningparkeren.





