Mening
Burgermans Beleven (36)

‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen’. Het is een uitspraak uit vervlogen tijden, maar deze week schoot hij onverwacht weer door mijn hoofd. De aanleiding? PRO-gemeenteraadslid Jeroen van Rossum. En eerlijk gezegd scheelde het weinig of mijn hersenen hadden een spontane kortsluiting gekregen.

Vroeger werd die waarschuwing vanaf de kansel gebruikt om vooral niet met iemand van een andere geloofsovertuiging te trouwen. Achteraf bezien zat daar soms nog een kern van wijsheid in: grote verschillen in overtuiging blijken niet altijd een recept voor langdurig geluk.

Maar gelukkig beschikt Jeroen van Rossum over kwaliteiten die zulke kleinigheden moeiteloos overbruggen. Althans, als we zijn CV mogen geloven.

Daar lezen we over energiek, dienstbaar, warm en helder leiderschap. Hij is een verbinder met overtuigingskracht, een liefhebber van teamontwikkeling, een praktische idealist, assertief, empathisch, pragmatisch, vindingrijk, moedig en altijd bereid de handen uit de mouwen te steken.

Zo!!

Met zo’n indrukwekkende verzameling eigenschappen vraag je je bijna af waarom hij niet tegelijkertijd de files oplost, het klimaat redt en vrede sticht in het Midden-Oosten.

Toch dringt zich een bescheidener vraag op: hebben we hier te maken met een bestuurlijk wonderkind, of met iemand die zichzelf wel erg enthousiast heeft leren waarderen? Wanneer je kijkt naar de opmerkelijke politieke draai die hij met PRO lijkt te maken, neig ik naar het laatste.

Het cement waarmee hij tegenwoordig politieke bouwstenen aan elkaar probeert te lijmen is in ieder geval van een bijzonder soort. Het roept niet alleen vragen op, maar ook een gezonde dosis argwaan.

Onder het mom van bestuurlijke daadkracht en het doorbreken van een politieke patstelling rijzen enkele voor de hand liggende vragen:

· Voel je werkelijk een bijna messiaanse roeping om de gemeente te redden?

· Of speelt de vacature voor wethouder toevallig ook een rol in je enthousiasme?

· En hoe flexibel blijken partijprincipes wanneer persoonlijke ambities zich aandienen?

Dat laatste vraag ik niet zonder reden.

Ik herinner me namelijk nog levendig de coalitiecrisis van 2021. Toen de samenwerking tussen VVD, CDA, PvdA en SGP strandde, zag ook Jeroen een kans om een gat te vullen en Floor Kist aan een wethouderspost te helpen. Daarbij verdwenen sociale woningbouw en Schakenbosch opvallend gemakkelijk van de prioriteitenlijst, terwijl een VVD-droom van een villadorp alle ruimte kreeg. De natuur mocht dat feestje mede financieren.

Maar wat er nu gebeurt, tart werkelijk iedere politieke logica.

De kiezer heeft VVD en GBLV bepaald geen staande ovatie gegeven. Ook de fusie van GroenLinks en PvdA leverde bepaald geen verkiezingswinst op. Integendeel. De boodschap van de kiezer leek helder: zoek het vooral niet in deze richting.

En wat gebeurt er vervolgens?

Precies die drie verliezers kruipen gezellig bij elkaar om alsnog een meerderheid van 18 van de 35 zetels bijeen te schrapen.

Dat is een meerderheid die zo fragiel is dat één enkel raadslid met een onafhankelijke gedachte voldoende kan zijn om het kaartenhuis te laten instorten. Er hoeft maar één nieuwe Arnold Brands op te staan en het hele reddingsplan verandert in een politieke reddingsboot met een gat in de bodem.

Het meest pijnlijke blijft echter de positie van PRO.

Een partij die haar wortels heeft in GroenLinks en ooit mede aan de wieg stond van een manifest voor het behoud van Vlietland. Een partij die jarenlang streed tegen aantasting van natuur ten behoeve van commerciële projectontwikkeling.

En nu?

Nu lijkt Vlietland plotseling niet langer een natuurgebied dat beschermd moet worden, maar een probleem dat opgelost moet worden. Een probleem waarvoor PRO bereid lijkt VVD en GBLV tegemoet te komen. Toevallig levert dat ook nog een wethouderszetel op.

Wat een wonderlijke samenloop van omstandigheden.

Je vraagt je af hoe een progressieve partij dit ooit aan haar achterban denkt uit te leggen. Hoe verkoop je natuurbehoud door natuur op te offeren? Hoe leg je uit dat verkiezingsuitslagen serieus genomen moeten worden, behalve wanneer ze bestuurlijk onhandig uitpakken?

Met goed fatsoen valt dat nauwelijks uit te leggen.

En precies hierdoor voelen steeds meer burgers zich niet vertegenwoordigd. Het vertrouwen in de representatieve democratie loopt opnieuw een deuk op, terwijl politici zich vervolgens verbaasd afvragen waar dat wantrouwen toch vandaan komt.

De vraag is daarom hoe deze situatie nog te redden valt.

· Moet de progressieve achterban massaal in actie komen om de politieke dadendrang van Jeroen van Rossum af te remmen?

· Is een referendum misschien een betere oplossing, zodat de burger zich rechtstreeks kan uitspreken?

· Of verdient een raadsbreed akkoord met ruimte voor wisselende meerderheden serieuze overweging?

Wat mij betreft is één ding glashelder.

Deze koers staat haaks op de boodschap die de kiezer heeft afgegeven. Tegelijkertijd laat deze situatie zien dat onze representatieve democratie niet zo representatief functioneert als we graag zouden geloven.

Verandering is hard nodig.

En ik kan u verzekeren: dat inzicht, gecombineerd met de zomerse temperaturen van deze week, zorgt ervoor dat de vlammen mij inmiddels behoorlijk uit de oren slaan.

(Burgermans, inwoner)