Anders bouwen
Er is een groot tekort aan woningen. Ook in Leidschendam-Voorburg moeten de komende jaren duizenden woningen worden gebouwd. Daarover bestaat geen twijfel. Maar over een andere vraag heb ik wel twijfel: dragen de nieuwe woonbuurten ook bij aan een groene en leefbare woongemeente. En ook nog over 30 of 50 jaar?
Want wat is het geval? Stedenbouwkundigen ontwerpen niet op een leeg vel papier. Nog voordat de eerste schets wordt gemaakt, liggen allerlei randvoorwaarden al vast. Hoeveel woningen moeten er komen? Voor welke doelgroepen? Hoe hoog mag worden gebouwd? Hoeveel parkeerplaatsen zijn nodig? Is het plan financieel haalbaar? Past het binnen de bestaande omgeving?
Dat zijn allemaal begrijpelijke vragen en randvoorwaarden. Maar er valt iets op. Groen, biodiversiteit, schaduw, klimaatbestendigheid en leefbaarheid hebben nooit dezelfde status. Ze komen wel terug in visies, beleidsstukken en fraaie ‘artist impressions’, maar zelden of nooit als harde normen waaraan een plan moet voldoen.
En dat heeft gevolgen. Niet omdat bestuurders, ontwikkelaars of ontwerpers geen oog zouden hebben voor groen. Integendeel. Vrijwel ieder woningbouwproject wordt tegenwoordig gepresenteerd als duurzaam, groen en toekomstbestendig. Maar wanneer verschillende belangen met elkaar botsen, dan krijgt de parkeeropgave voorrang. Of de financiële haalbaarheid. Of het gewenste aantal woningen. Groen moet dan worden ingepast in de ruimte die overblijft.
Zo is een geoliede woningbouwmachine ontstaan, die eenzijdig is geoptimaliseerd op de bovengenoemde harde randvoorwaarden. Ik volg vanuit de natuurbeweging inmiddels ruim zes jaar verschillende woningbouwprojecten in onze gemeente, zoals Schakenbosch, Van Ruysdaellaan, Klein Plaspoelpolder en Overgoo. Je krijgt er helaas geen speld tussen. Maar het resultaat is vrijwel altijd hetzelfde: waardevol bestaand groen verdwijnt en het eindbeeld blijft achter bij wat nodig is voor een gezonde leefomgeving. En er wordt zelden voldaan aan de breed geaccepteerde 3-30-300 richtlijn (zicht op 3 bomen, 30% kroonbedekking, binnen 300 meter een park).
Het probleem is niet dat we te weinig weten. Het probleem is dat groen geen gelijkwaardige positie heeft in het ontwerpproces. Niet het groen zou zich moeten aanpassen aan de woningbouw, maar de woningbouw zou zich veel vaker moeten aanpassen aan het groen.
Dat is geen luxe. Terwijl ik dit schrijf is de temperatuur in Leidschendam al boven de 30 graden en stijgende. In de komende decennia krijgen we te maken met verdere opwarming, meer hittegolven, perioden van droogte én wateroverlast, terwijl de biodiversiteit onder druk blijft staan. Juist bomen, parken en groene verbindingen maken een wijk dan leefbaar. Ze zorgen voor verkoeling, slaan water op, bieden ruimte aan planten en dieren en dragen bij aan onze fysieke en mentale gezondheid. Wat vandaag door een ontwerpfout ontbreekt, laat zich later vaak alleen tegen hoge kosten herstellen.
Anders ontwerpen Als de bouw zich moet aanpassen aan het groen, vraagt dat om een andere manier van denken. Eerst vaststellen welke kwaliteit van leefomgeving we minimaal willen garanderen, en daarna onderzoeken hoeveel woningen daarbinnen mogelijk zijn. Betekent dit automatisch dat er minder woningen gebouwd kunnen worden? Dat weet ik niet. Misschien. Die vraag wordt namelijk zelden expliciet gesteld. Op die manier is de woningbouwdoelstelling van 6.000 woningen in Leidschendam-Voorburg niet tot stand gekomen.
Een effectieve ontwerpoptie is om veel minder ruimte te reserveren voor de auto, en vooral voor straatparkeren. Dat is wellicht controversieel, maar onvermijdelijk als we moeten verdichten én groen willen wonen. De wijk Merwede in Utrecht en Vauban in Freiburg laten zien dat dit kan. Centraal parkeren, goed openbaar vervoer, deelauto’s en aantrekkelijke fiets- en wandelroutes zorgen daarbij voor bereikbaarheid zonder dat de auto overal dominant is. Daarnaast kunnen daken en gevels veel intensiever worden vergroend. Ook zijn bomen met veel bladerdek mogelijk op (half)verdiepte garagedaken, mits de constructie daarop is berekend. Daar zijn al voorbeelden van. Ten slotte kunnen waterberging, speelruimte en groen slimmer worden gecombineerd in dezelfde openbare ruimte.
De echte tegenstelling is niet die tussen woningen en groen. De echte tegenstelling is die tussen bouwen volgens achterhaalde patronen en bouwen binnen randvoorwaarden voor groen en leefbaarheid.
Zolang groen en leefbaarheid slechts ambities blijven, zullen ze het afleggen tegen de eisen van de woningbouwmachine. Pas wanneer ook voor groen en leefbaarheid duidelijke normen gelden, ontstaat de noodzaak om werkelijk anders te bouwen. Misschien is dat wel de belangrijkste ruimtelijke opgave waar onze gemeente de komende jaren voor staat.
(Sander Wennekers)





