De vlammen waren vorige week nog niet uit mijn oren verdwenen of de politieke windstoten kwamen alweer uit alle richtingen op me af. Ik hield me stevig vast aan mijn innerlijke overtuiging, want het bestuurlijke landschap draaide harder rond dan een wasmachine in de centrifuge. Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 30 juni moest ik mijn stoel letterlijk vasthouden. Anders was ik er vermoedelijk vanaf getuimeld.
Wat ik zag, was een gemeenteraad die over elkaar heen buitelde: chaotisch, gefrustreerd, toneelspelend, elkaar de maat nemend en krampachtig op zoek naar geloofwaardigheid. Saamhorigheid? Die was waarschijnlijk met vakantie.
Het werd opnieuw pijnlijk duidelijk waarom nauwelijks iets meer dan de helft van de inwoners nog de moeite neemt om op deze volksvertegenwoordiging te stemmen. Even schrijnend en logisch was de constatering dat het begrip burgerparticipatie nog steeds vooral een theoretisch hoofdstuk is in een beleidsnota. In de praktijk lijkt het vooral te betekenen dat inwoners mogen meepraten, zolang ze maar niet verwachten dat er ook geluisterd wordt, laat staan dat dit in daden wordt omgezet.
Onze bestuurders hebben een bijna ontroerende liefde ontwikkeld voor rapporten, visiedocumenten en beleidsstukken. Papier is geduldig, zeggen ze. Ik vermoed echter dat als kunstmatige intelligentie ooit de macht over de printers krijgt, die apparaten massaal in staking gaan wegens overbelasting door bestuurlijk gekrakeel en misvattingen.
Voor mij, en voor velen met mij, is duidelijk dat de VVD de spil vormt van het politieke machtsspel. Gemeentebelangen lijkt zich inmiddels zo stevig aan de VVD te hebben vastgehecht dat je bijna zou spreken van een Siamese tweeling. Biologisch gezien onmogelijk natuurlijk, maar een nieuw soort aanplantaat blijkt toch een nieuw fenomeen.
Met dertien zetels waant dit blok zich onaantastbaar. De oppositie mag af en toe wat sputteren, maar meer ook niet. Het politieke decor staat stevig overeind.
En toen kwam de grootste verrassing van de avond.
De partij, inmiddels genaamd PRO, die zich jarenlang profileerde als ideologische tegenpool van de VVD zag plotseling een verheven roeping om samen de gemeente te redden. Alsof Mozes ineens besloot samen te werken met de farao omdat het bestuurlijk wel zo handig uitkwam.
Je ziet twee partijen tegenover elkaar staan, gescheiden door een ravijn van sociale en ecologische overtuigingen. Een wereld van verschil. Toch blijken bruggen ineens razendsnel gebouwd wanneer andere belangen zich aandienen. Je voelt op je klompen aan dat er op de achtergrond hele andere belangen een rol spelen..
Welke toverdrank heeft Jeroen van Rossum (gemeenteraadslid PRO, red.) op zak? Niemand die het weet en dat verklaart de complete verbijstering.
PRO-fractievoorzitter Natalie van Weers deed zichtbaar haar best alle kritische vragen elegant te ontwijken. Alles stond immers in het teken van ‘de lopende onderhandelingen’. Dat bleek een uitstekend excuus om vooral geen antwoord te geven op de enige vraag die inwoners werkelijk bezighoudt: komen die vakantiehuisjes in Vlietland er nu wel of niet?
Het bleef oorverdovend stil.
Ondertussen meldde VVD-fractieleider Astrid van Eekelen bijna achteloos dat Jules Bijl als formateur was aangesteld. Een oude bekende, met een politiek verleden waar niet iedereen warme herinneringen aan bewaart. Dat hij uit D66-kring komt, maakte de verrassing bij de D66-fractievoorzitter alleen maar groter. Soms schrijft de lokale politiek scenario’s waar zelfs Netflix zijn wenkbrauwen bij optrekt.
Ook Aandacht Leidschendam-Voorburg liet zich nadrukkelijk horen, vooral uit frustratie. Van links én rechts kreeg de partij weinig vertrouwen mee. De indruk ontstond dat de partij zich vooral politiek wilde profileren, terwijl een helder standpunt over het uiterst gevoelige dossier Vlietland uitbleef. Wel een manifest tegen de bouw ondertekenen, maar tijdens het debat geen duidelijke koers varen, maakt het voor inwoners niet bepaald eenvoudiger om te begrijpen waar je werkelijk voor staat.
De kleinere partijen deden wat ze konden: sputteren, interrumperen en proberen nog enige invloed uit te oefenen. Veel meer ruimte leek er niet te zijn.
En daarmee kom ik bij de vraag die boven de hele avond hing.
Hoe heeft onze representatieve democratie zich zo kunnen vastdraaien? Is de verdeeldheid in de samenleving inmiddels zo groot geworden dat gezamenlijk besturen bijna onmogelijk is? Is het vreemd dat inwoners het spoor volledig bijster zijn geraakt?
Misschien nog belangrijker: interesseert dat het politieke establishment eigenlijk wel?
Zijn partijbelangen en persoonlijke ambities inmiddels belangrijker geworden dan het algemeen belang? Blijft de raad vasthouden aan de overtuiging dat uitsluitend zij weten wat goed is voor de inwoners?
Waarom wordt een referendum over grote maatschappelijke dossiers nog steeds behandeld alsof het een gevaarlijk experiment is? Waarom is een raadsbreed akkoord kennelijk onbespreekbaar? En waarom zouden onafhankelijke wethouders, die niet voortdurend de partijpolitieke belangen hoeven te dienen, geen serieus alternatief kunnen zijn voor Leidschendam-Voorburg?
Of kiezen we liever voor het vertrouwde recept: verder modderen, elkaar bezighouden met politieke spelletjes en ondertussen steeds verder verwijderd raken van de inwoners die ooit het mandaat hebben gegeven?
Onmacht? Onkunde? Of simpelweg een systeem dat steeds minder aansluit bij de werkelijkheid?
Wie het antwoord heeft, mag zich melden.
Eén ding weet ik wel: een fundamentele herziening van onze representatieve democratie verdient inmiddels een prominente plaats op de maatschappelijke agenda.
Buiten is de temperatuur inmiddels wat gezakt.
Binnen staat bij mij de boel nog steeds in lichterlaaie.
(Burgermans, inwoner)





