,,Deze brief neigt naar financiële chantage.” Dat was de duidelijke boodschap vanuit het gemeentebestuur nadat de eigenaar van winkelcentrum De Julianabaan dreigde met een schadeclaim als de gemeente doorgaat met de verbouwing.
Een overheid hoort besluiten te nemen op basis van feiten, het algemeen belang en democratische afwegingen. Niet omdat iemand met miljoenenclaims zwaait. In eerste instantie dus een logische reactie van de gemeente. Maar waarom geldt dat principe niet als het over Vlietland gaat?
Vlietland: zelfverzonnen angst voor schadeclaim
In maart heeft de gemeente naar buiten gebracht rekening te houden met schadeclaims wanneer gesproken wordt over het behoud van een groen en open Vlietland. Eerst bleef de hoogte van die claims geheim. Daarna verschenen er verschillende bedragen. Inmiddels wordt vooral het bedrag van 35 miljoen euro genoemd, alsof dat een vaststaand feit is.
Uit de openbaar gemaakte stukken blijkt dat verschillende scenario’s zijn doorgerekend, waarbij de financiële gevolgen sterk verschillen per gekozen route. In de meest vergaande variant wordt rekening gehouden met een scenario waarbij provincie Zuid-Holland als eigenaar van het gebied in beeld komt als mogelijke partij in een schadeclaim.
In de publieke discussie wordt door betrokkenen gesteld dat de provincie eerder zou hebben aangegeven geen aanleiding te zien om zelf een claim in te dienen omdat het zelf ook geen voorstander is van de luxe vakantiewoningen, wat de vraag oproept hoe hard deze aanname in het scenariomodel eigenlijk is.
Meten met twee maten
Opvallend genoeg lijkt het gemeentebestuur bij het winkelcentrum precies het tegenovergestelde uitgangspunt te kiezen. Daar wordt een dreigende claim gezien als ongewenste druk op de democratische besluitvorming. Waarom geldt dat uitgangspunt niet ook voor Vlietland?
Hierin lijkt burgemeester Martijn Vroom zichzelf tegen te spreken. Tijdens de installatie van de nieuwe gemeenteraad vertelde hij de volgende rake woorden: ‘Democratie is niet alleen je eigen gelijk halen. Het is ook de moed hebben om je standpunt te herzien als de feiten of de argumenten van een ander daarom vragen’.
Nieuwe feiten zijn beschikbaar gekomen. Geheime stukken zijn openbaar geworden. De maximale schadeclaim blijkt geen onvermijdelijke werkelijkheid maar een scenario. De waarde van het gebied is hoger als Vlietland groen en open blijft.
Tegen die achtergrond krijgt de rol van de Vlietland-schadeclaim in de besluitvorming een ander gewicht. Een worstcasescenario, doorgerekend door de gemeente zèlf, dat structureel wordt ingezet als doorslaggevend argument, functioneert nu in de praktijk als een vorm van financiële druk op politieke afwegingen.
In het winkelcentrumdossier wordt een dreigende schadeclaim door dezelfde overheid expliciet weggezet als ongewenste beïnvloeding van democratische besluitvorming. Dat verschil in toepassing laat zien hoe selectief met het begrip “financiële druk” wordt omgegaan en weerspiegelen niet de woorden van de burgemeester over moed hebben om je standpunt te herzien als de feiten of argumenten van een ander daarom vragen.
(Anna de Keijzer. Burgerinitiatief Vlietland)





