Mening
Een Groene Woongemeente (5)

Van bomenplan naar bomen

Een jaar geleden verscheen het Bomenbeleidsplan 2026-2036. Het is een doordacht beleidsplan dat het verdient om gelezen te worden. Zie https://www.lv.nl/bomenbeleidsplan-2026-2036. Het plan laat zien dat Leidschendam-Voorburg de waarde van bomen serieus neemt. Bomen zijn allang geen decoratie meer, maar onmisbaar natuurlijk kapitaal. Ze zorgen voor verkoeling op hete dagen, bieden leefruimte aan vogels, zoogdieren en insecten, nemen water op bij hevige regen, verbeteren de luchtkwaliteit en maken onze wijken beter leefbaar en gezonder. De ambitie om meer bomen te planten en bestaande bomen beter te beschermen is niet alleen verstandig, maar gezien de klimaatverandering en de kwijnende biodiversiteit ook noodzakelijk.

Het plan laat zien waar de gemeente naartoe wil. Maar een beleidsplan wordt pas waardevol wanneer inwoners die ambitie ook buiten op straat terugzien. De echte vraag is hoe we ervoor zorgen dat die mooie ambities worden uitgevoerd.

Neem de 3-30-300-richtlijn, die ook in het beleidsplan terugkomt. Iedere inwoner zou uitzicht moeten hebben op drie bomen, in een groene buurt moeten wonen met tenminste 30% boomkroonbedekking voor schaduw en binnen driehonderd meter een park of andere groene verblijfsplek moeten kunnen bereiken. Het is een inspirerende ambitie. Maar bij nieuwe ontwikkelingen zie ik die onvoldoende terug. Bij de grote bouwprojecten in Klein Plaspoelpolder en Overgoo komen we nog niet in de buurt. En er zijn andere voorbeelden, waarover dadelijk meer. Steeds wordt het groen vanaf het eerste ontwerp onvoldoende meegenomen. Bomen blijven elke keer een onderwerp waarvoor pas ruimte wordt gezocht als woningen, wegen en parkeerplaatsen al zijn ingetekend.

Ook het dagelijkse beheer roept soms vragen op. Nog steeds worden gemeentelijke bomen midden in de zomer geknot. Daar zullen mogelijk praktische redenen voor zijn, maar het laat niet zien dat ecologische kennis en het beheer stevig met elkaar verbonden zijn. En dan zijn er de oudere bomen. Een aftakelende boom is niet automatisch een slechte boom. Juist oude bomen zijn vaak van grote waarde voor insecten, vogels, vleermuizen en schimmels. Ze vertellen bovendien het verhaal van een wijk. Soms vraagt goed bomenbeleid daarom niet om vervangen, maar juist om behouden.

Meer transparantie zou daarbij helpen. Een digitale bomenkaart, waarop inwoners kunnen zien welke bijzondere of beschermwaardige bomen in hun omgeving staan, maakt beleid tastbaar. Mensen beschermen immers eerder wat zij kennen en waarderen. Die kaart werd al jaren geleden beloofd, maar laat nog altijd op zich wachten.

Een interessante lakmoesproef vormt het Damcentrum. Juist dit gebied wordt in de bomennota genoemd als versteende omgeving waar vergroening door meer bomen prioriteit moet krijgen. Nieuwe woningen zijn belangrijk, maar waar komt straks de ruimte voor volwassen bomen? Vrijwel elke beschikbare locatie wordt nu bebouwd. Ik woon er vlakbij en zie het voor mijn ogen gebeuren. De beste plek voor een boom is niet de plek die overblijft, maar de plek die vanaf het begin voor haar wordt gereserveerd. Een boom laat zich immers niet even tussen twee parkeerplaatsen schuiven.

Daarmee komen we bij de oplossing. Een bomenbeleidsplan is niet alleen een zaak van de afdeling Groen. Beleidsmakers kunnen een inspirerende visie schrijven, maar vervolgens moeten stedenbouwkundigen, projectleiders, verkeerskundigen, beheerders, ontwerpers en vergunningverleners diezelfde visie in hun dagelijkse werk ook toepassen. Vaak worden de belangrijkste keuzes al jaren eerder gemaakt, nog voor de eerste schetsen van een bouwproject op tafel komen. Als daar geen ruimte voor bomen wordt gereserveerd, is die later nauwelijks nog terug te winnen.

Dat kan en moet anders. Een gemeente moet voortdurend verschillende belangen tegen elkaar afwegen: woningbouw, bereikbaarheid, veiligheid, financiën én groen. Juist daarom is het belangrijk dat bomen niet afhankelijk zijn van de ruimte die overblijft of van persoonlijke voorkeur. Een boom moet niet pas een plek krijgen als alle andere belangen zijn afgewogen. Bomen moeten vanaf het begin één van die belangen zijn. En dat vereist twee dingen. Ook de ‘rode’ afdelingen moeten het bomenbeleidsplan kennen en het als een leidraad hanteren. En de afdeling groen moet vanaf het begin van een ontwikkelproject ook aan tafel zitten.

Voor college van B&W en gemeenteraad ligt hier een belangrijke taak. Een beleidsplan vaststellen is één ding; de uitvoering jarenlang consequent blijven volgen is minstens zo belangrijk. Hoeveel bomen zijn er daadwerkelijk bij gekomen? Is het kroonvolume toegenomen? Worden waardevolle bomen beter beschermd? En hoe zijn de ambities uit het beleidsplan terug te zien in nieuwe projecten? Dat zijn vragen die regelmatig gesteld zouden moeten worden. Niet om af te rekenen, maar om koers te houden.

Leidschendam-Voorburg heeft met het bomenbeleidsplan een stevig fundament gelegd. Nu begint de fase waarin het verschil wordt gemaakt. Uiteindelijk beoordelen inwoners het bomenbeleid niet op de woorden, maar op de daden. Is er over tien jaar voldoende schaduw in een steeds warmer wordende stad? Kunnen vogels, insecten en zoogdieren er voedsel, veiligheid en groene verbindingen vinden? Dát wordt de ultieme test.

(Sander Wennekers)