Nieuws
Vlietland: Wethouder deed niets

Wethouder Bianca Bremer (GBLV) heeft nagelaten bij omliggende gemeenten en de provincie de bereidheid te peilen om mee te werken aan het groen, open en openbaar houden van Vlietland, met als doel het voorkómen van realisatie van een vakantiepark met 222 recreatiewoningen. Dit ondanks een toezegging van haar aan de gemeenteraad, gedaan op 10 maart, een en ander te gaan uitzoeken.

Op 10 maart diende gemeenteraadslid Frank Wilschut (ChristenUnie) een motie in over de zaak. Daarin werd Bremer verzocht om in kaart te brengen welke omliggende gemeenten en de provincie Zuid-Holland bereid zijn om mee te werken aan het groen, open en openbaar houden van Vlietland, met als doel het voorkómen van realisatie van het vakantiepark; daarbij concreet te inventariseren welke vormen van samenwerking mogelijk zijn, waaronder: bestuurlijke steun (gezamenlijke lobby/standpunt, inzet richting grondeigenaren en betrokken partijen); juridische/planologische ondersteuning waar passend; financiële bijdragen (bijv. voor verwerving/afkoop, compensatie, beheer/kwaliteitsimpuls, of realistische alternatieven zoals verplaatsing/kavelruilconstructies).

Zij diende de gemeenteraad hierover te rapporteren, inclusief een overzicht van gesprekspartners, scenario’s, financiële bandbreedtes en vervolgstappen.

Bremer liet hierop weten de gevolgen van de motie juridisch uit te zoeken en of de ontwikkelaar (DLR, red.), Recreatiecentrum Vlietland (RCV, pachter) en de provincie (eigenaar Vlietland, red.) geschaad worden als ze de buurgemeenten en de provincie gaat bellen. De wethouder gaf aan de gemeenteraad in mei te zullen informeren nog voor een geplande commissievergadering over Vlietland.

In een bericht aan de gemeenteraad wijst de wethouder er nu op dat de commissievergadering voorzien voor mei niet is doorgegaan en de behandeling van een ontwerp-bestemmingsplan over de bouw in Vlietland is vertraagd. ‘De raad zal te zijner tijd alsnog voorafgaand aan de commissiebehandeling geïnformeerd worden over de juridische en overige risico’s van het benaderen van de buurgemeenten en de provincie’, zo geeft Bremer aan, zonder een nadere termijn te noemen.