Met een deuk in het vertrouwen keek ik donderdag 17 september jl. naar de extra raadsvergadering. Op de agenda stond het advies van twee ingehuurde informateurs over de coalitie die volgens hen de beste mogelijkheden zou bieden.
Met gemengde gevoelens constateerde ik dat ik met mijn deuk in het vertrouwen bepaald niet de enige was. De stemming en de onderlinge verhoudingen tussen fracties en raadsleden leken zich inmiddels ergens rond het vriespunt te bevinden.
De reddingsboei die beide informateurs vervolgens aan de drenkelingen van onze representatieve democratie probeerden toe te werpen, kwam niet bepaald overtuigend aan. Of het aan het touw van de reddingsboei lag, weet ik niet, maar ik kreeg toch sterk het gevoel dat ik naar het verkeerde toneelstuk zat te kijken.
De informateurs deden ‘gloeiend’ hun best om de toehoorders ervan te overtuigen dat zij zich absoluut niet met inhoudelijke kwesties hadden bemoeid. Zij hadden uitsluitend gekeken naar ervaringen uit het verleden en naar overeenkomsten tussen partijen die mogelijk samen een coalitie zouden kunnen vormen.
En zo kwam de ideale combinatie uit op VVD, D66 en CDA.
Dat zou op zichzelf al interessant zijn. Maar laten nu juist D66 en CDA, samen met een meerderheid van de inwoners, diverse belangenorganisaties én de eigenaar van Vlietland, de provincie Zuid-Holland, tegen de bouw van recreatiewoningen in natuurgebied Vlietland zijn.
Tsja.
Hoe naïef kun je zijn om na twee mislukte pogingen tot coalitievorming, waarbij Vlietland de belangrijke hoofdoorzaak vormde, vervolgens ineens heilig te geloven in een volledig objectief en apolitiek advies?
Het was overigens aandoenlijk om te zien hoe informateur mevrouw Kaya met toon, mimiek en gezichtsuitdrukking probeerde de betrouwbaarheid van die boodschap zo overtuigend mogelijk te laten landen. Ondanks dat ook collegemeester Vroom al onderstreept had dat dit vervelende Vlietland nu de stemming niet mocht overheersen. ‘Vlietland was toch niet het einde van de wereld en er wachtten toch vele andere urgente zaken? Weinig sturing, vindt u niet?!
Woorden zijn geduldig
Bijna alles is in woorden te vangen. En tegelijkertijd kunnen woorden zich opvallend gemakkelijk loszingen van de werkelijkheid.
Wie de pogingen van de raad tijdens de vergadering bekeek om zich een weg te banen uit het wantrouwen, de onderlinge verschillen en de bestuurlijke impasse, kon moeilijk aan de indruk ontkomen dat partijbelangen en persoonlijke belangen nog altijd een stevige greep op het geheel hebben.
Terwijl de primaire functie van een gemeenteraad toch betrekkelijk eenvoudig zou moeten zijn: de inwoners vertegenwoordigen en hun belangen behartigen.
De fractieleiding van PRO werd door de eigen leden teruggefloten. Een logisch vervolg zou dan zijn geweest om daar consequenties voor dat bestuur aan te verbinden en zich terug te trekken. In plaats
daarvan werd het vooral een kwestie van hopen dat het allemaal alsnog goed zou komen. En kennelijk kun je daarbij liever een fractielid als vermeende ballast overboord knikkeren.
Ook Gemeentebelangen zorgde voor een interessant hoofdstuk. De partij zou zich na een stevige veeg uit de pan van de kiezer ernstig beraden. Nu bleek er vooral veel onbegrip te bestaan over het feit dat men niet meer op de lijst voorkwam en bovendien enigszins uit de rugzak van de VVD leek te zijn gevallen.
Fractievoorzitter Rosbenders leek ondertussen nog altijd overtuigd van de oorspronkelijke doelstelling: ‘Beleid voeren vanuit de burger.’
Hoewel de kiezer in ieder geval geprobeerd heeft duidelijk te maken dat die burger zich daar inmiddels niet meer in herkent.
Je kunt je dan ook afvragen: zit GBLV er nog wel namens de burger?
In een soort VVD2-metamorfose lijkt de oorspronkelijke identiteit in ieder geval nauwelijks terug te vinden.
Dan onze regenten van de VVD. Oppermachtig — nou ja — met acht zetels, maar inmiddels wel twee keer gestrand in een poging tot coalitievorming.
Knarsetandend werden de honneurs waargenomen door politiek leider Astrid van Eekelen. Opmerkelijk genoeg niet door fractievoorzitter Sabrina van den Heuvel. Je vraagt je dan toch af of het intern allemaal nog wel zo soepel loopt.
De VVD voelt de bui waarschijnlijk al hangen.
De fortuinlijke positie van VVD1 en VVD2 (GBLV) dreigt haar machtspositie te verliezen. VVD1 zal genoegen moeten nemen met een coalitie met D66 en CDA. En dat voelt kennelijk helemaal niet comfortabel. Zeker niet wat het dossier Vlietland betreft.
Dus gaan we met tegenzin aan tafel. We noemen dat voor het gemak een ‘voorverkenning’, kijken daarna wel verder en benadrukken er meteen bij dat het niet oneindig hoeft te duren.
Een soort bestuurlijke versie van: we praten wel, maar verwacht geen wonderen. Iedereen viel op dat zowel D66 als het CDA door deze hooghartigheid nogal stevig waren beroerd.
De Alliantie probeerde het politieke hete hangijzer Vlietland verschillende keren een concrete plek te geven in de — op zijn zachtst gezegd — moeizame communicatie.
Maar nee hoor.
De VVD gooide steevast hautain de hoorn op de haak.
Waar is de burger gebleven?
Mij bekroop tijdens de vergadering steeds sterker het gevoel dat individualisering en partijbelangen inmiddels zo’n stevige positie in onze bestuurscultuur hebben verworven dat samenwerking, mede door de politieke versplintering, steeds moeilijker wordt.
Daarmee dreigt de kloof tussen burger en representatief bestuur alleen maar groter te worden. Uiteindelijk ontstaat dan het risico van twee werelden die naast elkaar bestaan, maar elkaar steeds minder begrijpen.
Dat zou bestuurlijk Nederland toch aan het denken moeten zetten.
Wanneer een relatief selecte politieke elite langdurig de ruimte krijgt om macht uit te oefenen zonder tussentijdse verantwoording en zonder adequate feedback vanuit de samenleving, dreigt demos kratos — de macht van het volk — langzaam te worden gereduceerd tot alleen kratos: macht.
De ‘demos’ houden we dan hooguit nog symbolisch in ere.
Tijd voor een andere route?
Een raadsbreed akkoord met niet direct partijgebonden wethouders zou een mogelijke tussenstap kunnen zijn.
Een andere optie is een vernieuwend lokaal experiment: coalitievorming, maar dan eens zonder VVD1 en VVD2.
Niet omdat daarmee automatisch alle problemen zijn opgelost, maar juist om te onderzoeken of een andere samenstelling ruimte kan creëren voor samenwerking op basis van inhoud in plaats van op basis van partijpolitieke verhoudingen.
Daarbij lijkt vooral binnen de VVD soms de gedachte te bestaan dat wanneer de belangen van het bedrijfsleven en projectontwikkelaars worden gediend, daarmee automatisch ook de belangen van de burger worden gediend.
De praktijk is toch wat weerbarstiger. Maatschappelijke belangen zijn nu eenmaal zelden zo netjes in één vakje te stoppen.
Durf het roer om te gooien
Dus kom op, bestuurlijk Leidschendam-Voorburg: durf het roer om te gooien!
Laat partijbelangen niet overheersen.
Wees weer volksvertegenwoordiger.
Kijk naar wat ons bindt in plaats van voortdurend naar wat ons scheidt.
En vooral: luister naar de inwoners. Niet alleen wanneer er verkiezingen zijn, maar juist ook wanneer de politieke werkelijkheid ingewikkeld wordt en het verleidelijk is om de deuren van het gemeentehuis wat steviger dicht te trekken.
Mijn vertrouwen heeft nog steeds een deuk.
Maar gelukkig is een deuk nog geen total loss.
Om uiteenlopende redenen voel ik de spanning inmiddels weer oplopen richting de volgende gebeurtenissen.
(Burgermans, inwoner)





