De gemeente heeft in juni 2020 een anterieure overeenkomst gesloten met ontwikkelaar DLR over de bouw van 222 vakantiewoningen in natuur- en recreatiegebied Vlietland. Een soortgelijke deal werd ook met Recreatiecentrum Vlietland (RCV) gesloten.
Dat blijkt uit stukken die wethouder Bianca Bremer aan de gemeenteraad heeft gezonden. Het stuk met DLR kent geen datum; het RCV exemplaar noemt 6 en 7 juni 2020 als data voor ondertekening. In februari van dit jaar meldde Bremer nog dat er door de gemeente op 25 mei 2021 een anterieure overeenkomst met DLR/RCV was afgesloten.
De zaak is actueel nu de wethouder weigert een toezegging aan de gemeenteraad na te komen. Zij beloofde begin dit jaar uit te zoeken of zij de provincie en omliggende gemeenten kon benaderen om de bouw van de woningen tegen te houden en gezamenlijk een mogelijke schadeclaim te dragen. Dat onderzoek zou zich richten op de juridische consequenties van zulke stappen.
In de anterieure overeenkomsten staat dat ‘partijen concluderen dat de planontwikkeling uit stedenbouwkundig en planologisch oogpunt onder de in deze overeenkomst betrokken voorwaarden in principe doorgang kan vinden indien het plan economisch uitvoerbaar lijkt te zijn’.
‘De gemeente zal op de grondslag van een door de exploitant opgestelde goede ruimtelijke onderbouwing en het concept ontwerp bestemmingsplan (beiden reeds opgesteld) ingediend herzieningsverzoek van het Vigerende Bestemmingsplan de planologische maatregel zo snel mogelijk in procedure brengen en zich inspannen te bevorderen dat deze op voortvarende wijze de daartoe geëigende procedure doorloopt en op een zo kort mogelijke termijn formele rechtskracht verkrijgt’.
‘De gemeente spant zich in ten opzichte van de exploitant om, voor zover deze noodzakelijk zijn en voor zover dat formeel in haar macht ligt, de (omgevings-)vergunning(en) die voor de uitvoering van het project nodig zijn, direct na indiening van elke aanvraag in behandeling te nemen en binnen de gestelde wettelijke termijnen af te handelen, casu quo te doen laten afhandelen voor zover dat niet tot haar eigen taak behoort’.
‘De gemeente heeft een inspanningsverplichting om te bevorderen dat eventuele in verband met de te verlenen vergunningen essentiële goedkeuringen of toestemmingen van hogere overheden tijdig zullen worden verleend’.
De gemeente verklaart zat zij bereid is ‘haar medewerking te verlenen aan het in exploitatie brengen van het projectgebied’.
Het ‘bouwplan’ wordt als volgt omschreven: ‘Een plan dat de (Her)ontwikkeling van het projectgebied betreft ten einde tot de realisatie van 222 grondgebonden recreatiewoningen en overige opstallen en ondergrondse en bovengrondse infrastructuur te komen’. Doel van de anterieure overeenkomst is: ‘komen tot gemeentelijke planologische medewerking aan de realisatie van het project door de exploitant’.
‘Bij niet of niet tijdige nakoming van deze overeenkomst, anders dan door niet toerekenbare tekortkoming (overmacht), is de nalatige partij aansprakelijk voor alle daaruit voor de wederpartij ontstane schade met kosten en rente’.
‘Indien de omstandigheden waaronder deze overeenkomst is gesloten onvoorzien zodanig extreme wijzigingen ondergaan, dat van partijen of van één der partijen in redelijkheid niet meer gevergd kan worden dat deze de overeenkomst ongewijzigd geheel of gedeeltelijk nakomt of deze de overeenkomst niet meer kan nakomen, heeft de meest gerede partij het recht om van de andere partijen te verlangen dat tussen partijen een wijzigings- of ontbindingsovereenkomst wordt gesloten’.
‘Alle geschillen die naar aanleiding van deze overeenkomst mochten ontstaan, ook die geschillen welke slechts door één partij als zodanig worden beschouwd, zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechtbank te ‘s -Gravenhage’.
‘Deze overeenkomst bevat de wilsovereenstemming tussen partijen. Eerdere mondelinge of schriftelijke overeenkomsten tussen partijen over de herontwikkeling worden geacht in deze overeenkomst te zijn opgenomen en voor het overige te zijn geëindigd’.





